U bent hier: Ad Latjes Home > Autobiografie Ad Latjes 1990
    Voor de versie van dit boek ZONDER fotoos: Klik hier (175 Kb)
    English translation - Beta version - Please CLICK HERE
    Belangrijke mededeling van Ad Latjes omtrent onderstaand boek
    Onderstaande tekst is in de eerste helft van 1990 door mij geschreven, in Juli 1990 in boekvorm gepubliceerd, en in Juni 2003 ONGEWIJZIGD op het Internet gezet, alhoewel ik achteraf bepaalde dingen anders of misschien zelfs niet zou hebben opgeschreven
    Dit betekent ook dat bepaalde hieronder genoemde personen een andere functie hebben, bij 'n ander bedrijf werkzaam zijn of zelfs niet meer onder ons zijn.
    Ik heb de tekst bewust ongewijzigd gelaten omdat deze tekst ook 'n document is geworden van de tijd waarin het is geschreven, vlak na de val van de Berlijnse muur, en tijdens de opkomst van nieuwe technologieen
    Hieronder zult u tevergeefs zoeken naar mijn huidige vrouw Margaret, simpelweg omdat ik haar pas leerde kennen in Maart 1991
    Ik wens u veel leesplezier en ik hoop dat u af en toe 'n glimlach niet zult kunnen onderdrukken
    Costa Rica, Juni 2003
    De wereld van Ad Latjes
    geschreven door Ad Latjes in 1990 en gepubliceerd in Juli 1990

    INHOUDSOPGAVE
    1. De geschiedenis 1971 - 1990
    2. Wie is Ad Latjes
    3. De opmars van nieuwe technologieen
    4. Opinies
    5. European Travel Network
    6. Reisindrukken

    DE GESCHIEDENIS 1971 - 1990
    WIE IS AD LATJES?
    Vriend en vijand geven hun mening
    DE OPMARS VAN NIEUWE TECHNOLOGIEEN
    OPINIES
    EUROPEAN TRAVEL NETWORK (ETN)
    REISINDRUKKEN
    
    
    
    Dit boek is opgedragen aan...
    
    	Dit boek draag ik op aan mijn moeder en aan Ruud Storm,
    zonder wie Reisburo Ad Latjes en Malibu Travel nooit hadden bestaan,
    
    	aan Clasien, Nicole, Lilian en Henriette, met wie ik lief en
    leed heb mogen delen,
    
    	aan Agnes, Annemarie, Annemiek, Annet, Bianca, Birgit, Danielle,
    Edith, Ellen, Evelien, Gaby, Hannie, Hedy, Ilonka, Jessica, Karin,
    Kathleen, Liesbeth, Linda, Marian, Marijke, Maud, Maya, Mirelle,
    Nancy, Neeltje, Nicoline, Patricia, Petra, Rianne, Saskia en
    Wanda, die in de loop der jaren bij mij gewerkt hebben, en
    die ik heb zien opbloeien van ‘little ladies’ tot jonge,
    zelfbewuste vrouwen. Vrouwen die zich altijd honderd procent
    hebben ingezet voor de zaak, en zonder wie ik nooit zover gekomen was.
    
    	en aan allen die zonder vernoemd te worden toch weten dat 
    ze me erg na aan het hart liggen.
    
    
    Dit boek is in 1990 in een dag gezet, opgemaakt, ingedeeld en drukklaar voorbereid op de  
    modernste computers van het Electronic Publishing System van Reklamestudio Ron Koreman 
    in Best, telefoon 0499-398 672. 
    
    Alles in dit boek mag vermenigvuldigd worden zonder voorafgaande toestemming van de uitgever
    Malibu Travel, European Travel Network en Ad Latjes zijn wettig gedeponeerde handelsmerken.
    
    
    
    Voorwoord
    
           	Mijn naam is A.A.J. Latjes. Vermoedelijk kent u mij beter als Ad 
           Latjes. Sommigen uwer menen mij zelfs zo best te kennen dat ze 
           me geen goed woord gunnen. Nu heb ik natuurlijk zelf niet weinig 
           bijgedragen tot mijn eigen reputatie, maar de ruineuze rol 
           die een aantal externe factoren in dat verband heeft gespeeld 
           mag ook niet worden onderschat.
           	Wat is er precies gebeurd? Hoe diep was de put?  Wie hebben me 
           erin en wie hebben me eruit geholpen?  Waar ben ik nu? Al tijden 
           loop ik met het idee rond daar eens een boekje over open te 
           doen. Ten eerste om de gedupeerde clienten inzicht te geven in 
           de problemen waarvan zij in 1981 het slachtoffer werden. Verder 
           om mij tegen mijn vijanden te verweren en tenslotte om mijn 
           vrienden te eren. 
           	Maar ik had het altijd “te druk”. Ineens, zoals zoveel dingen op 
           een mysterieuze manier “ineens” gebeuren, was het moment echter 
           rijp achter de computer te kruipen en dit verslag te schrijven. 
           	Het is het persoonlijke verhaal geworden van een reeks turbulente 
           voorvallen, gelardeerd met reisimpressies, notities over het 
           gebruik van geavanceerde technieken bij het moderne zakendoen en 
           mijn opvattingen over internationale samenwerking, 
           personeelskeuze en publiciteit. Een bevriend journalist heeft 
           bovendien een flink aantal “omstanders” naar hun mening over Ad 
           Latjes gevraagd, zodat u het ook eens van een ander hoort.
           	Aldus heeft mijn lang gekoesterd verlangen rekening en 
           verantwoording af te leggen alsnog vorm gekregen.
           	Ik bied u, lezer, dit boekje in alle eerlijkheid aan, hopende dat 
           het onze wederzijdse verstandhouding zal verdiepen en verrijken.
    
           Amsterdam, juli 1990.
    
    
    
    Een onverwacht begin
    
          	 Juni heb ik altijd al de mooiste maand van het jaar gevonden.     
           De lente heeft haar jaarlijkse fusie met de zomer voltooid en      
           de reis naar de zon kan beginnen. Maar die junidag in 1968 was     
           de mooiste die ik in mijn toen nog maar achttienjarige leven       
           had meegemaakt. Ik had gewonnen en ik zal vertellen van wie
           en van wat.
           	Ik vermoedde wel dat ik was geslaagd voor het hbs b-eindexamen, 
           maar ik voelde toch een vage, niet onaangename tinteling van 
           onrust toen ik op die warme, jubelende junidag met mijn ouders in 
           de aula van “Saint Louis” te Oudenbosch op de uitslag wachtte. 
           Het pakte beter uit dan ik had gehoopt. Na de kakofonie van 
           nerveuze stemmen en de daarop volgende plechtige rust van de 
           diploma-uitreiking bleek dat ik een redelijke cijferlijst bij 
           elkaar had gesprokkeld en dat ik voor wiskunde, natuurkunde en 
           scheikunde tot mijn eigen verbazing zelfs 9, 8, 8 had weten te 
           scoren.
           	Ik kon niet voorkomen dat mijn moeder me trots op allebei mijn 
           wangen zoende. Mijn vader gaf me een stoere hand en zei, zijn 
           blijdschap zo goed mogelijk verbergend: ,,ze hebben je nu wel 
           geadviseerd in Tilburg economie te gaan studeren, maar zou je 
           toch niet liever naar de TH in Eindhoven gaan, met zulke mooie 
           cijfers voor de exacte vakken?” Hij doelde op een test die ik 
           kort daarvoor had afgelegd en waaruit was gebleken dat economie 
           me beter af zou gaan dan een ingenieursstudie. Ik had het best 
           gevonden. Als geboren Leeuw in het jaar van de Tijger leek het me 
           leuker lui te leven in T. dan moe te worden in E. Het zou 
           inderdaad vrij gemakkelijk blijken in het begin. Tot het 
           kandidaatsexamen economie heb ik eigenlijk nooit iets hoeven te 
           doen.
           	Een jaar na mijn geboorte zag het er absoluut niet naar uit dat 
           ik nog eens een gemakkelijk studerend ventje zou worden. We 
           woonden in Amsterdam-noord, waar mijn vader bij de PTT werkte, 
           toen ik op een uitzonderlijk warme, bijna tropische dag tegen de 
           pokken werd ingeent. Nu doen ze dat niet meer, want een op de
           zoveel duizend kinderen kan aan die combinatie van prik en 
           hitte een hersenbeschadiging overhouden. Helaas deden ze dat 
           toen nog wel en een van die ongelukskinderen was ik. Ik heb twee 
           keer kantje boord gelegen en zelfs, naar goed rooms-katholiek 
           gebruik, voortijdig het Vormsel toegediend gekregen. Ik heb het 
           gehaald, maar wel hield ik aan die pokkenprik vervelende 
           epileptische verschijnselen over. Nu, na bijna veertig jaar, heb 
           ik daar bijna geen last meer van, maar nog altijd moet ik twee 
           pillen per dag slikken. Een heel enkele keer zie ik nog wel 
           eens sterretjes. Dan ga ik even liggen en dan is het over.
          	 Dat was vroeger wel anders. Op gezette tijden kreeg ik, volkomen 
           onaangekondigd, een blackout en hup, daar ging ik weer gestrekt, 
           verwarring en schrik zaaiend onder het winkelend publiek van 
           Valkenswaard, waarheen ons gezin was verhuisd. Toen ik in de 
           vijfde klas van de lagere school zat was het zelfs zo erg dat 
           een specialist me naar Sterksel wilde sturen. Dat was een 
           speciaal tehuis voor epileptici, maar in de volksmond heette het 
           een gekkenhuis. Mijn moeder, de trotse dochter van een Brabantse 
           boer, wilde onder geen voorwaarde dat ik naar dat gesticht zou  
           gaan en koos, zij het met tegenzin, voor het alternatief dat de 
           dokter haar had gelaten: de jongenskostschool Saint Louis in 
           Oudenbosch.
    
    
    
    Harde leerschool
      
           	In 1961 kwam ik terecht in dit Roomse broederbolwerk bij 
           uitstek. Ik had veel heimwee in het begin, maar dat had iedereen 
           daar en dat moest je zelf zien op te lossen. Het was een vrij 
           harde leerschool waar je zelfstandigheid, ook emotioneel, moest 
           zien te verwerven en waar aanpassen het parool was. Het ging me 
           niet gemakkelijk af. Ik was minder volgzaam dan de broeders 
           graag zagen en rode en zwarte kaarten waren mijn deel. Een gouden 
           kaart voor goed gedrag heb ik in al die zeven jaar op Saint Louis, 
           twee klassen lagere school en vijf jaar hbs, nooit mogen 
           ontvangen hoewel ik veel, in mijn herinnering veel te veel, naar 
           de kerk ging. Pas tegen het einde van “Oudenbosch” voelde ik dat 
           mijn onbedoelde verzet zich had verzoend met de sfeer op school 
           en dat mijn individuele instelling zich had ontwikkeld tot een 
           sociaal gevoel.
           	Er was nog iets gebeurd. De ziekteverschijnselen werden steeds 
           minder en met leren ging het steeds beter. De resultaten stegen 
           elk jaar een beetje en de beste cijfers haalde ik op het eindexamen. 
           	Het had wel even geduurd - van “gekke Adje” tot 
           aankomend student en van moederskindje tot een jongen die op 
           eigen benen stond - maar uiteindelijk was het toch gelukt en op 
           die mooie junidag in ‘68 ervoer ik voor het eerst wat winnen was.
           	Achteraf ben ik blij dat ik naar Saint Louis ben gestuurd. Het 
           had niet per se zeven jaar gehoeven, maar een paar jaar met een 
           stel lotgenoten in dezelfde omstandigheden samenwerken is voor 
           iedereen een nuttige oefening in collegiaal gedrag. De meeste 
           jongens leren dat in militaire dienst, maar daarvoor was ik 
           afgekeurd vanwege mijn ziektegeschiedenis. Bovendien was mijn 
           linkeroog heel slecht. Dat doet nog steeds voor maar vijftien 
           procent dienst. Misschien heeft dat ook wel met die vermaledijde 
           inenting te maken. 
           	Ik kon dus zo van de hbs in Oudenbosch doorstomen naar de 
           Katholieke Hogeschool in Tilburg. De studie bleek, zoals gezegd, 
           mee te vallen en tot mijn genoegen kon ik mijn aandacht in 
           redelijke mate aan andere zaken wijden dan aan de leer van de 
           statistiek en de geheimen van het bankwezen.
           	Ik begon met het organiseren van vakantiewerk in het buitenland 
           voor medestudenten en tot op de dag van vandaag vraag ik me 
           verbaasd af waarom ik uitgerekend die vrije-tijdsbesteding heb 
           gekozen, waaraan ik mijn latere beroep heb te wijten en te 
           danken. Ik weet het nog steeds niet. Ik vermoed omdat niemand 
           anders het deed. Als zo’n vacuum zich in de een of andere 
           vorm aandient, wil ik er nog wel eens inspringen. Misschien 
           is dat om anderen te helpen die anders verstoken blijven van 
           informatie; misschien is het om mezelf te kietelen. Ik vind het 
           nu eenmaal leuk een potje te pionieren. De behoefte om iets tot 
           de bodem toe uit te zoeken en de gevonden kiem zo te 
           vertroetelen dat het een kasplantje en later een gezonde boom 
           wordt, hoort blijkbaar bij me.
    
    
    
    A.Peefa
    
           	Hoe dan ook, eerst aarzelend en onbeholpen, later vaardiger en 
           efficienter richtte ik me op de reisbehoeften van mijn Tilburgse 
           collega’s. Er was vraag en er was aanbod. Wat kon een 
           economiestudent met veel vrije tijd zich nog meer wensen dan die 
           twee fundamentele gegevens met elkaar in contact te brengen? Het 
           begin gaat schuil in de nevelen der vergetelheid, maar op een 
           gegeven moment kon ik iemand aan het adres helpen van een 
           kibboets waar men buitenlandse vrijwilligers kon gebruiken. Ik 
           was dat ergens tegengekomen, bij toeval - en dan niet in de 
           medische betekenis van het woord! Na dat eerste “succes” was 
           mijn belangstelling voor het bemiddelen van vakantiewerk ontwaakt 
           en hielp ik vrienden die druiven wilden plukken in Frankrijk of 
           tomaten in Canada aan de nodige contacten.
           	Tegenwoordig is er een uitzendburo dat adverteert met de 
           leus: “zij zocht, ik vond” en dat slaat dan op een rechtenstudente 
           die geld wil verdienen en door een gis dametje van dat buro aan 
           parttime-werk op een advocatenkantoor wordt geholpen. Zo ongeveer 
           zag mijn baantje er ruim twintig jaar geleden ook uit. Ongeveer, 
           want het ging om jongens (meisjes waren er toen nog niet veel in 
           Tilburg) die een kortstondig vakantieklusje zochten en bovendien 
           moest ik er, in tegenstelling tot het uitzendburo, vooral in 
           het begin geld op toeleggen. Maar ik deed het gek genoeg graag.
           	Urenlang zat ik op mijn huurkamertje ambassades, buitenlandse 
           verkeersbureaus en reisorganisaties aan te schrijven om aan 
           geschikte adressen te komen, die ik dan gratis aan 
           geinteresseerde medestudenten doorgaf, want aan betalen dacht 
           niemand. Met name beginnende Tilburgse economen moesten nog
           leren  dat alleen de zon voor niets opgaat, maar ik zat daar niet mee. 
           	Wellicht kwam dat door die kostschool waar elkaar helpen als een 
           natuurwet gold of door het rijke roomse leven, waarin ik was gepokt(!) 
           en gemazeld en dat immers een gouden toekomst reserveert voor 
           degenen die zich eerst belangeloos jegens anderen hebben ingezet.
           	In dat laatste geloofde ik destijds heilig. Niet alleen ging de 
           nooddruft van mijn reislustige, maar armlastige collega’s mij ter 
           harte, ik was ook danig begaan met het lot van de rest der 
           wereldbevolking. Als ergens in een ver land iemand met een 
           spectaculaire daad de rechtvaardige zaak had gediend, liet ik 
           via een ingezonden brief in De Telegraaf, De Volkskrant of het 
           AD weten hoezeer ik dat waardeerde. Ik heb er tientallen 
           geschreven en allemaal onder het ingewikkelde pseudoniem A. 
           Peefa, waarin de A stond voor Ad, de Pe voor P, de ef voor F en 
           de a voor A. En PFA betekende dan weer Peace for All. Als iemand 
           zich uitzonderlijk had onderscheiden inzake Vrede en 
           Gerechtigheid gooide ik er nog een persoonlijke brief achteraan. 
           	Door alleen de edelmoedige staatslieden aan te schrijven, wist 
           ik mijn correspondentie nog enigszins binnen de perken te houden, 
           maar niettemin kostte mijn brave hobby mij nog heel wat energie, 
           briefpapier en dure postzegels. Tot mijn verbazing kreeg ik 
           altijd netjes en soms heel persoonlijk antwoord. Ik herinner me 
           bijvoorbeeld dat Abba Ebban, de toenmalige Israelische minister 
           van Buitenlandse Zaken en de Amerikaanse senator Edward Kennedy 
           me een brief terugstuurden waaruit duidelijk bleek dat ze
           reageerden op wat ik had geschreven. Het waren de jaren ‘68, ‘69, 
           ‘70. Revolutionaire jaren voor de wereld, bewogen jaren voor A. 
           Peefa. Daarna besloot iedereen min of meer gelijktijdig wat meer 
           aan zichzelf te denken. De idealen gingen de koelkast in; de 
           commercie lonkte.
    
    
    
    Ijscoboer
    
           	Mijn pro-deohandeltje in vakantiebemiddeling groeide. Ik vond 
           het spannend buitenlandse adressen op te sporen en te 
           catalogiseren, maar terwijl men om mij heen vrolijk fluitend de 
           rugzak pakte en op reis ging, zat ik in Tilburg almaar de 
           administratie bij te houden. Pas in 1971 kwam daar verandering 
           in. Onder het motto dat het de hoogste tijd werd mijn eigen 
           lijsten te controleren, vertrok ik in januari van dat jaar naar 
           Israel. Zes weken lang zwierf ik door het land en bezocht ik 
           diverse kibboetzim. Tegen het einde van deze eerste, buitenlandse 
           vakantietrektocht in mijn leven kwam ik, in Eilat, een Amerikaans 
           echtpaar tegen dat me hartelijk uitnodigde voor een verblijf in 
           zijn huis te San Francisco. Het was uiteraard niet de bedoeling 
           dat ik ook echt zou komen, maar mijn argeloosheid kende in die 
           dagen nog geen grenzen en in september ‘71 stond ik bij die 
           mensen op de stoep, na eerst een week tomaten te hebben geplukt 
           bij een Nederlandse boer in Canada.
           	Mijn logeerpartij in Frisco duurde niet lang, zo argeloos was ik 
           nu ook weer niet, maar lang genoeg om te herstellen van de 
           zonnesteek die ik in Toronto had opgelopen. Opgelapt vervolgde ik 
           mijn reis, die via Los Angeles en Las Vegas naar Long Beach 
           leidde waar ik, weer toevallig, een schatrijke ijscoboer tegen 
           het omvangrijke lijf liep. Hij had ik-weet-niet-hoeveel 
           karretjes die allemaal bemand moesten worden met jonge, actieve 
           ijsjesverkopers, maar daaraan schortte het blijkbaar, want hij 
           vroeg mij of ik het jaar erop voor maar liefst veertig jonge, 
           actieve werkstudenten uit Holland wilde zorgen. Ik was immers 
           travel agent for students. Inderdaad had ik mij als zodanig 
           voorgesteld, niet gehinderd door enige bescheidenheid en zeker 
           niet vermoedend dat ik mijn leven daarmee een definitieve duw 
           richting “ticketboer” zou geven. De ontmoeting met die 
           Amerikaanse ondernemer in Long Beach zou namelijk, naar later 
           bleek, het moment markeren waarop mijn onbezoldigde 
           bemiddelingsjob in Tilburg een nieuwe en lucratieve dimensie 
           kreeg. Een vaart ook, die ik in het verdere verloop van dit 
           relaas hoop te evenaren.                             
           	Wat was het geval? De veertig Nederlandse jongens, die bij 
           Disneyland, op het strand, in honkbalstadions en op andere drukke 
           plekken van de Amerikaanse westkust ijs moesten verkopen, zouden 
           wel veel geld verdienen - duizend gulden per week - maar de reis 
           erheen kostte toen ook nog veel geld: ongeveer drie weken ijs 
           verkopen. Ik begreep dat ik daar in Tilburg niet mee aan hoefde 
           te komen. Wilde ik veertig kandidaten krijgen, dan moest ik eerst 
           een goedkope vlucht naar de VS zien te vinden. En dat lukte. 
           	Gedwongen door de omstandigheden, zie boven, ging ik op de 
           goedkope-tarieventoer en kon ik mijn medestudenten al spoedig 
           discount-tickets naar LA, maar ook naar andere bestemmingen in 
           Amerika en de rest van de wereld aanbieden. Op dat spoor ben ik 
           doorgegaan, tot op de dag van vandaag, maar die veertig Brabantse 
           jongens zijn bij mijn weten nooit bij die Amerikaanse ijscoboer 
           terecht gekomen. Het was niet meer nodig.
    
    
    
    Ticketboer bij toeval
                 
           	De eerste stap op weg naar het toen nog onbekende gat in de 
           lage-prijzenmarkt was moeilijk, maar ik kreeg een kontje van Het 
           Geluk. Direct na terugkeer uit de Verenigde Staten had ik 
           contact gezocht met een emigrantenreisburo dat voor zijn leden 
           betaalbare charters organiseerde naar verwanten in het 
           buitenland. Een reisje naar New York kostte bijvoorbeeld maar 400 
           gulden; een ticket naar Los Angeles 900. Dat was nog een hele 
           som voor behoeftige beursstudenten, maar al aanzienlijk 
           voordeliger dan de officiele prijs en in overleg met dat 
           reisburo plakte ik zo ongeveer de hele Hogeschool dicht met 
           grote posters waarop de goedkope tarieven stonden vermeld. De 
           meeste belangstellenden hadden weliswaar geen geemigreerde 
           familieleden die ze dringend wensten te bezoeken, maar ze werden 
           stilzwijgend tot die categorie gerekend als ze maar zes maanden 
           lid van de club waren. Dat had ik ook op die affiches moeten 
           zetten: “boeking een half jaar vantevoren!”
           	Het bleek, althans in mijn omgeving, een onhaalbare kaart. Elke 
           dag kreeg ik wel iemand op bezoek die zei: “leuk hoor, zo’n reis 
           naar Amerika, en niet duur, maar die lange inschrijftijd is 
           natuurlijk belachelijk. Regel effe voor me dat ik volgende week al 
           naar New York kan.” Of volgende maand. Of tijdens de grote 
           vakantie. Maar dat kon nu juist niet. De emigrantenorganisatie 
           was wel goed, maar niet gek en op een Hollandse manier stipt en 
           streng. Ik zat met mijn handen in haar.
           	En toen kwam de gelukstreffer waarover ik eerder sprak. In 
           januari 1972 las ik in de International Herald Tribune een 
           advertentie van een aantal reisburoos in Londen dat goedkope 
           vliegreizen over de hele wereld aanbood. Als ik die krant niet 
           had gelezen, had ik dat niet geweten en als ik niet voor een kort 
           vakantietripje in het Zwitserse Lausanne was geweest waar geen 
           Nederlandse bladen voorradig waren, had ik die krant niet 
           gekocht. Waar vakantie al niet goed voor is.
           	Ik zag “handel”, mijn moeder een verzetje en samen gingen we in 
           maart ‘72 met de boot en de trein naar Londen waar ik de zes 
           reisburoos bezocht die ik in de Herald Tribune had aangekruist 
           omdat ze de voordeligste Amerika-tarieven aanboden. Want ik was 
           nog steeds uitsluitend in de Verenigde Staten geinteresseerd 
           vanwege die dikke meneer in Long Beach met zijn veertig 
           vacatures. In Londen viel ik van de ene verbazing in de andere. 
           	Alles kon! Er werden daar reizen aangeboden met een korting 
           waarvan je in Nederland alleen maar kon dromen. Maar ook 
           emigrantenvluchten inclusief lidmaatschapskaarten. De handelaars 
           hadden die kaarten bij tientallen in hun achterzak om ze 
           beduimeld en minstens een half jaar oud te doen ogen. Een 
           gedateerd stempel erop, een handtekening en de volgende dag kon 
           je als klant met een goedkope vlucht mee om je “familie” in 
           Australie te bezoeken. Dat brave gedoe van ons waren ze daar 
           allang vergeten.
           	Maar ik nog niet en die half illegale lidmaatschapsreizen liet ik  
           dan ook links liggen. Er was aanbod genoeg op de legale 
           discount-markt en dat kwam omdat juist in die tijd de jumbo’s, 
           zoals de Boeing 747, werden geintroduceerd. Joekels van 
           toestellen, nu volkomen ingeburgerd, met honderden stoelen erin, 
           die de luchtvaartmaatschappijen allemaal aan de man moesten zien 
           te brengen. Dat deden ze door tickets in het buitenland tegen 
           dumpprijzen aan te bieden: vijftig tot zeventig procent onder de 
           officieel gepubliceerde tarieven. Hun motto was: liever een half 
           ei dan een lege dop. Door de kolossale en vrij plotselinge 
           capaciteitsuitbreiding en door de reactie van de internationale 
           luchtvaartmaatschappijen daarop, ontstond er in het begin van de 
           jaren zeventig een heel aparte markt in voordelige 
           vliegbiljetten.
    
    
    
    Luilekkerland
    
           	Londen was een van de knooppunten in dat circuit en zonder zelfs 
           maar te beseffen wat de achtergronden waren, was ik op het juiste 
           moment op de juiste plaats beland: het luilekkerland op 
           luchtvaartgebied. Ik kon kopen wat ik hebben wilde. 
           Noord-Amerika, Zuid-Afrika, het Verre Oosten en allemaal voor de 
           halve prijs of minder. De hele wereld lag ineens open voor een 
           Tilburgs studentje van 21, dat zomaar het beloofde land 
           binnenbuitelde.
           	Nog een beetje verdoofd door al het nieuwe dat ik tegenkwam, 
           legde ik de nodige contacten. Eenmaal thuis en weer klaarwakker 
           zette ik een advertentie op de voorpagina van De Telegraaf waarin 
           ik Bangkok, Bombay en Johannesburg tegen afbraakprijzen aanbood. 
           	Het tarief voor Johannesburg weet ik nog: 1295 gulden. Daar 
           verdiende ik 95 gulden op, maar de reiziger 2500 of daaromtrent, 
           namelijk het verschil met de “normale” prijs. Een journalist 
           heeft me eens gevraagd waarom ik van de ene dag op de andere uit 
           de schaduw van het studentengescharrel stapte en in de zon van de 
           landelijke publiciteit ging staan. Het antwoord was simpel. Toen 
           ik eenmaal toegang had gekregen tot dat droomdomein van de 
           voordelige vluchten, wilde ik die informatie ook verzilveren, 
           want ik had nog steeds geld nodig om mijn Tilburgse 
           vakantiebemiddelingsburootje te financieren. Daar was ook in 
           1972 nog sprake van. In die zomer heb ik nog collega’s naar 
           Canada gestuurd om er tomaten te plukken. Ik zag dus eindelijk 
           mijn kans schoon wat terug te verdienen van de onkosten die ik 
           had gemaakt. De advertentie sloeg in als een bom. De gevestigde 
           reiswereld in Nederland reageerde alsof ze door mijn toedoen in 
           een klap tot de bedelstaf was gebracht, maar buitenlandse 
           luchtvaartmaatschappijen zagen juist brood in mijn initiatief. 
           	Kuwait Air bijvoorbeeld belde me op met het verzoek of ik vanaf 
           Amsterdam goedkope tickets voor haar wilde verkopen. Dat wilde ik 
           wel en aangemoedigd door dit telefoontje ging ik zelf op zoek 
           naar meer gegadigden. Bij de meeste maatschappijen lukte dat 
           niet, maar bij sommige wel en tot mijn verrassing harkte ik 
           op die manier een eigen discount-marktje bij elkaar.
           	Ik was in zaken. Tot ongenoegen van mijn hospita want in de 
           Tobias Asserstraat te Tilburg waar ik op een hoog mijn kamertje 
           had, stonden de H.H.Studenten op de trap te wachten tot ze aan de 
           beurt waren om tegen een zacht prijsje een mooi reisje te 
           versieren. Zo waren we niet getrouwd, meende ze, en of ik maar 
           wilde vertrekken. Nu geviel het dat ik door mijn in het oog 
           lopende activiteiten, althans buiten de collegezalen, een zekere 
           naam had verworven en in de Hogeschoolraad terecht was gekomen. 
           	Als lid van de subsidiecommissie zat ik daar naast de jongen die 
           over de studentenhuisvesting ging en die mij kon helpen aan een 
           pand dat elk moment kon worden afgebroken, maar dat er nog steeds 
           staat. Afbraakprijzen in een afbraakpand, die symboliek stond me 
           wel aan.
    
    
    
    Gideonsbende
    
           	Ik verhuisde en verlengde het “bespreekuur” tot een halve 
           middag, later tot een hele en tenslotte tot een dag. De 
           dommelende jongeling uit Valkenswaard had zich ontpopt tot een 
           wakkere reisagent die in 1972 voor ruim zes ton aan tickets 
           verkocht en daar netto een procent aan overhield. Het werd tijd 
            met studeren op te houden. Ik haalde nog wel mijn kandidaats 
           economie, maar toen was het ook afgelopen. Ik stortte mij 
           full-time in de reisbusiness en liever dan doctorandus worden 
           werd ik eigen baasje. Ik kreeg hulp van de dochter van de 
           buurman en kort daarna van Clasien, mijn latere vrouw. Samen 
           verwerkten we de toenemende stroom telefoontjes die binnenkwam, 
           want we bleven adverteren. Als het maar even kon trok ik er op 
           uit om kennis te vergaren over de branche waar ik nu dan wel 
           inzat, maar waar ik eigenlijk bitter weinig vanaf wist. Gelukkig 
           wist maar een beperkt aantal mensen in de hele wereld - en bij 
           mijn weten niemand in Nederland - welke geheimen de nog prille 
           handel in discount-tickets in zich borg en het was zaak van meet af 
           aan bij die gideonsbende “aan te pikken”, zoals wielrenners 
           zeggen. Wie biedt Waar het Goedkoopste vliegbiljet aan? Daar ging  
           het mij en mijn buitenlandse collega’s om en daarover informeerden 
           wij elkaar. Zo ontstond langzamerhand een kring van relaties, 
           een soort inlichtingendienst op het gebied van goedkope reizen, 
           met als enig doel de klant een zo gunstig mogelijke aanbieding te 
           kunnen doen.
           	Elke twee weken reisde ik van Tilburg naar Brussel en bijna elke 
           maand naar Londen om luchtvaartmaatschappijen te bezoeken, de 
           markt te verkennen en tickets te kopen. Hetzelfde deed ik 
           regelmatig in Duitsland, Luxemburg en Parijs, maar met de 
           Fransen kon ik om de een of andere reden niet goed overweg. 
           Verschrikkelijk volk, zakelijk. (uit wraak noem ik een bureau 
           sindsdien een buro!) Mijn eerste conflict was dan ook met 
           een Franse maatschappij, al kwam dat niet voort uit 
           incompatibilite d’humeur (niet voor niets Frans voor de pest 
           hebben aan een ander) maar uit het kernprobleem van het 
           discount-bedrijf. De kwestie zat, kort gezegd, als volgt in 
           elkaar. In Londen kocht ik het al eerder genoemde traject 
           Londen-Parijs-Johannesburg voor een spotprijs van de Franse 
           maatschappij UTA. Het was dan wel de bedoeling (van UTA) dat de 
           client ook in Londen opstapte, maar dat deed geen mens. Men vond 
           het gemakkelijker en ook goedkoper naar Parijs te reizen. Vooral 
           voor mijn Tilburgse ex-studiegenoten die naar Zuid-Afrika wilden 
           was dat voordelig, want ik kon ze voor 27 gulden een 
           treinretourtje Roosendaal-Parijs aanbieden dat ik met een flinke 
           korting van een Belgische studentenorganisatie had gekocht. Die 
           jongens meldden zich dan monter aan de incheck-balie van UTA met 
           een ticket waaruit ik het stuk Londen-Parijs had gescheurd. Daar, 
           in Parijs, begreep men alras uit de opgetogen gesprekken van de 
           heren - want zien kon men het niet aan het biljet - dat er veel 
           minder voor was betaald dan de volle mep. Het gevolg was een boos 
           telefoontje naar het UTA-kantoor in Amsterdam, dat uiteraard van 
           niets wist. De manager die toen in Parijs met het probleem werd 
           geconfronteerd, is nu de UTA-man in Amsterdam. Hij groet me nog 
           steeds niet. Na achttien jaar.
    
    
    
    Zondebok
    
           	Het duurde niet lang of ook de KLM begon zich te roeren. Hoewel 
           zij zelf als een der eerste maatschappijen met prijsdumping in 
           het buitenland was begonnen, moest zij tegenover haar 
           binnenlandse passagiers, die immers het “normale” tarief 
           betaalden, de schijn wekken dat een discount-vogel als Ad latjes 
           van bedenkelijk allooi was. Zij waagde het zelfs een keer in het 
           openbaar te zeggen: “u kent ze wel, die goedkope reisbureaus die 
           op de voorpagina van de kranten adverteren. Die zijn allemaal 
           onbetrouwbaar!” De KLM keek wel uit om man en paard te noemen, 
           maar het was overduidelijk dat ze mij en mijn medewerksters 
           bedoelde, want wij waren de enigen in Nederland die op de 
           voorpagina van diverse kranten met enorme kortingen adverteerden.
           	Het deerde me niet. Het hoorde blijkbaar bij het spel, al was het 
           een uitermate hypocriet spel. Op recepties van 
           luchtvaartmaatschappijen ging ik - bij verstek - over de tong, 
           want zelf verscheen ik nooit. Dan ontkende bijvoorbeeld de 
           manager van Sabena in Nederland, bij wie ik net een paar tickets 
           Amsterdam-Brussel-Chicago voor maar duizend gulden had gekocht, 
           tegenover luchtvaartcollega’s glashard dat die dingen bij hem 
           vandaan kwamen. Die zou ik in een ander buitenland hebben        
           gekocht, jokte hij dan. Men zadelde mij op met de eigen 
           onnetheden en stuurde mij dan als zondebok de woestijn in. Die 
           rol beviel me best. Ik ging alleen naar feesten of partijen van 
           maatschappijen die er rond voor uit kwamen dat ze met mij zaken 
           deden, zoals Kuwait Airways, Iraqi Air, de Jordaanse Alia en nog 
           een paar. Zij achtten en erkenden mijn persoon en mijn werk; veel 
           andere in het wereldje minachtten en miskenden mij. Uit jaloezie 
           en kinnesinne, want de klanten stroomden toe.
           	In 1973 boekte mijn bedrijfje een omzet van 1,3 miljoen gulden. 
           En elk jaar ging het beter. Ik adverteerde onder mijn eigen naam 
           in Nederland en Belgie en verhuisde van het afbraakpand naar een 
           huurhuis aan de Heuvelring in Tilburg omdat er steeds meer 
           meisjes kwamen werken. Allemaal vriendinnen van elkaar die geen 
           jongens in hun midden duldden omdat die dan meteen, zoals zij 
           vreesden, de baas zouden gaan spelen. Zeven jaar nadat ik met 
           mijn moeder naar Londen was gegaan om als novice te worden 
           ingewijd in de geheimen van de discount-alchemie, was ik redelijk 
           bedreven geraakt in deze ondoorzichtige kunst. Ik verkocht dat 
           jaar - 1979 - voor zeveneneenhalf miljoen gulden aan tickets en 
           ik besloot twee stappen te wagen om nog wat verder te komen.
           	Ten eerste kocht ik een pand in de Telegraafstraat(!) te 
           Tilburg, want we waren alweer uit ons jasje gegroeid en ten 
           tweede begon ik op Prinsjesdag ‘79 als eerste te adverteren op 
           Viditel. En niet zo zuinig ook. Iedereen die daarvoor de 
           mogelijkheden had kon de achtduizend (8000) pagina’s 
           reisinformatie op zijn televisiescherm krijgen die ik na maanden 
           van voorbereiding had samengesteld: prijzen, bestemmingen, 
           hotels, toeristische tips, maar ook honderden Belgenmoppen. Die 
           waren toen in de mode en het leek me ludiek, dat was ook in de 
           mode, om mede via dit schertsartikel van me te laten horen. 
           AD en Elseviers Weekblad schreven, onder andere, in datzelfde jaar 
           grote artikelen over het discount-fenomeen en het gevolg van een 
           en ander was dat ik in 1980 een verdubbelde omzet boekte: vijftien 
           miljoen gulden!
    
    

Elseviers Weekblad 21 Juni 1980


Algemeen Dagblad 15 Augustus 1981


Advertentie April 1981


    
    
    Rage
    
           	Ik was 30 jaar. In Tilburg zaten inmiddels twaalf meisjes, 
           vooral telefonisch, reizen te verkopen en in de Leidsestraat te 
           Amsterdam drie. Dat bijkantoor hadden we in de zomer van 1980 
           geopend. Clasien, met wie ik inmiddels was getrouwd, belastte 
           zich speciaal met dit filiaal en twee maanden na de opening 
           moest zij een nummertjesautomaat neerzetten, net als bij de 
           slager of het postkantoor, zo druk was het. Ook in Amsterdam 
           verkochten we alleen voordeelvluchten buiten Europa en het 
           Middellandse Zeegebied. Een routineticket was in tien minuten 
           bekeken, een reis om de wereld boeken duurde hooguit twee keer zo 
           lang, maar nog stonden de mensen soms een uur in de rij om 
           speciaal door Ad Latjes goedkoop te worden vervoerd. Het was een 
           rage geworden en de verkoop blijkbaar een attractie, want vaak 
           kwamen managers en andere personeelsleden van 
           luchtvaartmaatschappijen tussen de middag even bij ons langs om 
           te kijken hoe snel we de mensen “verwerkten”. Ik kocht een 
           grachtenhuisje in Amsterdam voor Clasien en het personeel, een 
           etage in een nieuw kantoor naast het station van Tilburg en een 
           sporthal, ook in  Tilburg, want de behuizing in de 
           Telegraafstraat - die ik overigens aanhield -  was alweer te 
           klein geworden.
                
    
    
    Het einde van een jongensdroom
                 
           	En toen ging het mis. Nogal logisch, zult u mischien zeggen, met 
           al die huizen, maar dat was het niet. Ik had inderdaad 
           voorzichtiger moeten zijn en de financiering van het onroerend 
           goed - vier panden in totaal - inbraakbestendiger moeten 
           regelen, zoals in de loop van dit verhaal zal blijken, maar de 
           aankopen op zich waren in meer dan een opzicht verantwoord. Een 
           belangrijk aspect was dat ik er een eigen spaarpot mee bedoelde 
           te creeren, een kapitaal-achter-de-hand voor het geval er iets 
           mis mocht gaan met mijn reisburo, want van het garantiefonds 
           van de ANVR, de Algemene Nederlandse Vereniging van 
           Reisondernemingen, kon ik per definitie geen lid worden. 
           	Die club was niet bepaald met mij ingenomen, om het zachtjes uit 
           te drukken. De reisburoos kregen immers om de haverklap muitende 
           mensen aan de balie die zeiden: “hoe kan dat nou? Bij Latjes kost 
           het zoveel en jullie vragen voor dezelfde reis twee keer zoveel!” 
           	Dat viel uiteraard niet uit te leggen, behalve dan met de stereotype 
           verwijzing naar mijn vermeende malafide manier van zakendoen; een 
           smoes die overigens steeds zwakker werd naarmate mijn positie op de 
           reismarkt sterker werd en het leger tevreden Latjes-toeristen 
           groeide. Hoe dan ook, ik kwam er bij de ANVR niet in. Al had ik 
           alle garanties op tafel gelegd, dan nog had men mij uit 
           psychologische redenen niet geaccepteerd. Punt uit. Ik moest dus 
           zelf een financiele buffer zien te vormen en dat was mijn 
           onroerend goed.
           	Maar ook zuiver zakelijk gezien leek het kopen van huizen op dat 
           moment een verstandige zet. Ik had het gevoel dat ik op die 
           manier niet wild en overmoedig, maar juist behoorlijk 
           conservatief met mijn geld omsprong. 
           	Het pand naast het station was representatief en gloednieuw. Wij 
           waren de eerste koper van een ruim kantoor, maar net toen we erin 
           zouden trekken deed zich een nog mooiere gelegenheid voor: een 
           sporthal met een riante behuizing voor ons groeiende bedrijf. De 
           hal verhuurde ik en dat ging goed. Het pand naast het station 
           deed ik meteen in de verkoop, maar dat ging niet goed, want vrij 
           plotseling deed zich een malaise in die sector voor en voor mijn 
           faillissement (najaar ‘81) ben ik dat niet kwijtgeraakt. Maar er 
           was nog geen man overboord. Ik kon alles ordentelijk behappen. Op 
           een gedeelte van de panden rustte een hypotheek. De rest was 
           gefinancierd met eigen vermogen en met een 
           rekening-courantkrediet van vier ton bij de ABN in Tilburg. De 
           bank vond het allemaal net zo verantwoord als ikzelf en onze 
           verstandhouding was uitstekend, zowel zakelijk als prive. Ik weet 
           dan ook zeker dat het opzeggen van de rekening-courant van 
           hogerhand kwam, want dat gebeurde er in maart ‘81.
    
    
    
    Fout
    
           	Vanaf die datum moest ik van de vier ton krediet nu eens twintig 
           dan weer dertig mille en soms nog meer per week aflossen. De man 
           van de bank in Tilburg zei van de ene dag op de andere: “Volgende 
           week mag u nog maar 380.000 gulden rood staan.” En de week erop 
           bepaalde hij weer een nieuwe grens. Ik protesteerde natuurlijk, 
           maar hij was niet te vermurwen. Ik had, nogmaals, het gevoel dat 
           hij op de beslissing mijn krediet drastisch in te dammen 
           persoonlijk geen invloed had, maar daar schoot ik weinig mee op 
           en uit de economiecolleges herinnerde ik mij nog wel dat een 
           rekening-courant per dag opzegbaar is. De man stond dus formeel 
           in zijn recht en meer nog dan het besef welk een financiele ramp 
           mij te wachten stond, realiseerde ik me op dat moment glashelder 
           welke fout ik had gemaakt.
           	Niet dat ik vier huizen had gekocht. Niet dat ik me in mijn 
           weerbarstige vak vaak als een provo had gedragen en ooit een 
           radiozender op mijn dak had gehad die drie maanden lang dag en 
           nacht muziek en reclameteksten had uitgebraakt. Zelfs niet dat ik 
           ook nog eens drie weken een illegaal tv-station had gehad waarmee  
           ik alle James Bondfilms de Tilburgse huiskamers had 
           ingestuurd. Maar wel dat ik mijn onroerend goed niet beter 
           had beveiligd en dat ik in plaats van een langlopende 
           financiering of een aparte bv, voor zo iets wankels als een 
           rekening-courant had gekozen. Ik kon me wel voor mijn kop slaan, 
           want ik wist meteen dat het afgelopen was. Als je netto drie ton 
           per jaar verdient, kun je niet vier ton binnen een paar maanden 
           betalen. Dat vertelde ik ook tegen die bankier. “Zo gaat het mis. 
           	Op die manier ben ik binnen de kortste keren bankroet.” Wat hij 
           toen opmerkte, wellicht in een zwakke poging het leed wat te 
           verzachten, zal ik nooit vergeten. “Ach, meneer Latjes,” zei hij,  
           “er gaan er tegenwoordig zoveel failliet, u kunt er ook nog wel  bij.” 
           	Op weg naar huis piekerde ik me suf. Wat ik maar niet begreep en 
           wat ook de bank me niet wilde of kon uitleggen was waarom ik 
           ineens zo werd afgeknepen. Ik was een goede klant van de ABN. Ik 
           deed er al mijn zaken - er ging zestien miljoen gulden bij ons om 
           - en ik denk dat ik in totaal rond een ton per jaar bij de ABN 
           binnenbracht aan kosten, provisie en rente. Daar konden zeker 
           twee mensen op de bank van worden betaald. Ik was een kip met 
           gouden eieren. Waarom zou de ABN die dan slachten? Er moest iets 
           bijzonders aan de hand zijn. Pas een half jaar later kwam ik te 
           weten wie het poeliersmes had gehanteerd.
           	Op 16 oktober 1981 was het gebeurd met de koopman. Een vrijdag. 
           Er stond nog veertigduizend gulden open bij de bank. Die moest ik  
           betalen met het laatste geld dat nog in kas was. Geld dat 
           vierhonderd klanten hadden gestort, maar waarvoor zij nog geen 
           ticket hadden gekregen. 
    
    
    
    Paradox
    
           	Hoe ik in Brussel ben gekomen weet ik niet. Het moet een 
           godswonder zijn geweest dat ik heelhuids op het vliegveld bij de 
           Belgische hoofdstad arriveerde, want totaal verdoofd zat ik 
           achter het stuur van mijn Honda Civic. Het was een milde, matte 
           najaarsmiddag - die vrijdag in oktober - en om me heen zullen de 
           meeste automobilisten wel in een vroege weekendstemming hebben 
           verkeerd, maar als daar al iets van te bespeuren viel heb ik het 
           niet gemerkt. Ik had het te druk met mezelf. Jankend, grauw van 
           ellende en misselijk van moeheid reed ik daar en als ik er nu 
           aan terugdenk kan ik weer huilen. Ik was op de vlucht.
           	Niet in de eerste plaats uit lafheid, hoop ik, maar vooral uit 
           pure machteloosheid. Ik had een paar keer geprobeerd dr. 
           Batenburg, toen de hoogste baas van de ABN, te bereiken in een 
           wanhopige poging uitstel van executie te krijgen, maar ik kwam 
           niet verder dan zijn secretaresse. Die belde ijlings naar het 
           districtskantoor van de bank in Breda en toen ik daar in de 
           ochtend van 16 oktober aankwam, tegen beter weten in hopende op 
           het allerlaatste moment nog een regeling te kunnen treffen, werd 
           mij uiterst koel de deur gewezen.
           	Het was voorbij, mijn mooie, dwarse avontuur, en ik wist wat er 
           ging gebeuren. Straks zouden de clienten de tickets komen afhalen  
           die er niet waren. Ik wilde dat niet van nabij meemaken. Ze 
           zouden mijn hoofd eisen en ik wilde mijn eigen terechtstelling 
           niet bijwonen. Ik was toch niet in staat uit te leggen dat het 
           mijn schuld niet was dat ik ze had getild. Die paradox was me te 
           machtig. Ik durfde niet; ik kon niet. Verdrietig over mijn 
           onmacht, ziek dat iets dierbaars me was ontstolen en tegelijk 
           kwaad op mezelf dat ik het zover had laten komen, reed ik 
           naar mijn moeder om geld te lenen. Het eerste dat ze zei was: 
           “jongen, wat zie je eruit!” Dat kon kloppen. Ik was de weken 
           ervoor door de zorgen tien kilo afgevallen en mijn gezicht 
           vertoonde de topografie van de verslagenheid. We hebben niet lang 
           gepraat. We waren het er snel over eens dat tegen de ironie van 
           het lot niet viel te vechten. Ik had huizen gekocht om niet op de 
           fles te gaan. Ik was op de fles gegaan omdat ik huizen had 
           gekocht.
    
    
    
    Dorpsroddel
    
           	Ik kreeg acht- of tienduizend gulden van haar, dat weet ik niet 
           meer precies, en in mijn eentje reed ik met betraande ogen naar 
           Brussel om daar het eerste vliegtuig naar Londen te nemen. Het 
           was het begin van een treurige trektocht over de wereld die een 
           maand zou duren; een tot mislukken gedoemde poging het verleden 
           te ontlopen. Laatst las ik in een boek van Gerrit Komrij: “Heb
           erbarmen met de vluchter. Hij neemt de beklemming overal met zich
           mee. De vlucht is geen bevrijding.” En zo is het, want waar ik 
           ook ging, het beeld van vierhonderd gedupeerden reisde met me 
           mee. Het ergste was nog het idee dat zij niet wisten dat ik er 
           niet met hun geld vandoor was gegaan. De gedachte aan de puinhoop 
           die ik had achtergelaten, vergezelde me van Brussel naar Londen, 
           New York, Zurich, Bombay, Bangkok, Hawaii en Los Angeles.
           	Zelfs de aanwezigheid van mijn vriendin Nicole - die mij naar 
           Zwitserland had laten komen om vandaar naar Nederland 
           terug te keren, maar die ik in Zurich zover had gekregen dat ze 
           de rest van mijn radeloze reis meemaakte - kon het spook van de 
           kladderadatsj niet verdrijven. Dat wonderlijke woord, ik weet 
           niet eens of ik het goed schrijf, viel me ergens onderweg in en 
           liet me niet meer los. Vermoedelijk omdat de kinderlijke klank 
           net zo bizar combineerde met de onheilspellende inhoud als de 
           frivole schijn met mijn vreugdeloze zwerftocht.
           	Nicole. Aan haar heb ik veel steun gehad toen ik door de 
           krankzinnige spanning in ons bedrijf rond ‘81 Clasien was kwijt 
           geraakt en toen ik daarna ook nog eens mijn hoofd dreigde te 
           verliezen. Nicole sprak me moed in, niet in het minst toen we - 
           nadat het faillissement over de zaak was uitgesproken - op een 
           zonnige zondag van Californie naar Nederland terugvlogen. Want de 
           thuiskomst was niet gemakkelijk. Mijn ouders en mijn vier broers 
           en zusjes reageerden gelukkig heel hartelijk, hoewel ze 
           natuurlijk niet buiten schot waren gebleven. Door mijn toedoen 
           had de familienaam aanzienlijke averij opgelopen, waarvan met 
           name mijn vader nogal last had gehad. Maar het leed onder de 
           Latjes bleek spoedig geleden. Ook mijn vrienden en kennissen leken 
           blij me weer te zien. Een van hen, die door mijn faillissement 
           een flink financieel verlies had geleden, heeft me er later zelfs 
           weer bovenop geholpen. Het probleem zat ‘m in de dorpsroddel. Die 
           had verwoestender toegeslagen dan ik in mijn ergste nachtmerrie 
           had gedroomd. Ik was er met een miljoen tussenuit geknepen. 
           	Overal had ik geheime bankrekeningen, dikke auto’s en dure 
           villa’s. Tilburg gonsde van de geruchten en de flauwe grappen 
           (Sinterklaas zal dit jaar niet komen; hij heeft bij Ad Latjes 
           geboekt), alsmede de gruwelijkste woordspelingen (“Ad Gladjes”) 
           waren niet van de lucht.
    
    
    
    Twee keer door de mangel
           
           	De waarheid was dat ik totaal berooid was. Ik had geen geld, 
           behalve na enige tijd een uitkering van de gemeente. Ik had geen 
           huizen, maar een flat van een bouwvereniging. Mijn enige 
           buitenlandse bezitting - een houten bungalowtje in Florida dat ik  
           in mijn goede jaren had gekocht en betaald - was onder de 
           schuldeisers verdeeld. Ik had geen vrouw meer en ook Nicole was 
           uit mijn leven verdwenen. Ik had geen werk en, last but not 
           least, ik had geen greintje aanzien over bij de vele mensen die 
           niet wisten hoe de zaak in elkaar zat. Het enige dat ik had was 
           tijd. Ik kon volop nadenken over wat er fout was gegaan en, als 
           ik een enkele keer een optimistische bui had, hoe ik terug zou 
           komen. Hoe ik de gesjochte klanten kon helpen? Hoe het nu 
           allemaal verder moest?
           	Maar voor ik aan de toekomst kon beginnen, moest ik eerst nog 
           twee prive-rekeningen uit het verleden vereffenen. En hoe. Zelfs 
           de duivel zou moeite hebben zo’n scenario te verzinnen. Op een 
           ochtend achterin november 1981, een vrijdagochtend, werd zowel 
           mijn persoonlijk faillissement (zakelijk was dat, zoals gezegd, 
           al eerder gebeurd) als mijn scheiding met Clasien uitgesproken! 
           	Om half twaalf stond de ene zaak op de rol van de rechtbank, om 
           twaalf uur de volgende. Binnen een uur ging ik twee keer door de 
           mangel. Mijn ellende kon die dag werkelijk niet op. Het was een 
           waardige evenaring van het oude record, dat van vrijdag 16 
           oktober 1981.
    
    

Stand Vakantiebeurs Utrecht in Januari 1981


    
    
    De wraak van een machtsmonopolist
                  
           	Geruime tijd nadat ik bankroet was verklaard, hoorde ik eindelijk 
           wie dat indirect had bewerkstelligd en waarom de kredietkraan van 
           de ABN indertijd zo abrupt was dichtgedraaid. Van verschillende 
           kanten vernam ik dat de KLM erachter had gezeten. De toenmalige 
           directeur Nederland van onze nationale luchtvaartmaatschappij heeft 
           dat bovendien tegenover journalisten laten doorschemeren. Het 
           verbaast me ook niets, al weet ik niet precies welke persoon welk 
           commando heeft gegeven. Ik denk wel dat het op topniveau is geweest 
           en dat KLM-president Orlandini er als commissaris van 
           de ABN in het voorjaar van 1981 persoonlijk op heeft aangedrongen 
           die lastige Latjes nu eindelijk eens financieel te liquideren. De 
           ABN, huisbankier van de KLM, honoreerde dit dwingende signaal 
           door mij langzaam te wurgen en wel met de voorhanden zijnde 
           strop: mijn rekening-courant! Het is niet de eerste keer dat ik 
           van deze kwalijke combine KLM-ABN gewag maak en geen van beide 
           concerns heeft het ooit ontkend. Ook Orlandini zou zeker hebben 
           geprotesteerd als hij het niet had gedaan.
           	De KLM wilde me kwijt. Eind ‘79 had ze al geprobeerd mij uit te 
           kopen. Dat was tijdens een beurs in Londen. De Europese 
           vertegenwoordiger van de nationale Peruaanse 
           luchtvaartmaatschappij nodigde mij toen uit voor een diner in het 
           Ritz Hotel, het duurste van heel Engeland. Na enige inleidende 
           verhalen vertelde hij mij dat hij door de KLM was gemachtigd mij 
           vijf miljoen dollar te bieden als ik bereid was mijn 
           discount-handel te staken. Ik zei dat ik daar niets voor voelde 
           en vanaf dat moment was de totale oorlog tussen de KLM en mij 
           uitgebroken.
           	In januari of februari 1981, dus kort voor ik van de ABN te horen 
           kreeg dat mijn rekening-courant moest worden afgebouwd, kwam ik 
           opnieuw in botsing met de KLM. Ik stond op een beurs in Utrecht 
           in mijn eigen stand te praten met de manager-Nederland van 
           British Airways toen iemand van de KLM passeerde. De volgende dag 
           werd de Engelsman door de KLM opgebeld met de boosaardige
           boodschap: als jullie zaken doen met Latjes, hangen we jullie op 
           aan de hoogste boom van Amsterdam.
           	Nu was dat niets bijzonders, want al in ‘75 werd Singapore 
           Airlines bedreigd met het intrekken van de landingsrechten als 
           die maatschappij tickets aan mij zou leveren. En de Sabena kreeg 
           in die jaren op haar kantoor aan het Leidseplein regelmatig 
           KLM’ers op bezoek die dan met de vuist op tafel sloegen en riepen 
           dat de Belgen niets aan mij mochten verkopen. Elke maand hoorde 
           ik wel van deze of gene maatschappij dat ze op een receptie of 
           een vergadering door de KLM was gesommeerd mij links te laten 
           liggen.
    
    
    
    Poets
         
           	Terug naar Utrecht, naar de beurs in ‘81. Nadat de man van 
           British Airways van de KLM te horen had gekregen dat hij gevaar 
           liep te worden opgeknoopt, kwam ik hem weer tegen. Hij vertelde 
           mij het verhaal en toen dacht ik: dit wordt te gek! Ik moet een 
           tegenzet doen om te tonen dat ik niet over me laat lopen. Ik heb 
           toen op de voorpagina van De Telegraaf het traject Amsterdam-New 
           York voor 650 gulden aangeboden. Per KLM! Dat was vijftig 
           gulden onder het tarief waarmee de KLM zelf adverteerde. Elk 
           ticket kostte me dus vijf tientjes, maar dat was het me dubbel en 
           dwars waard want ik suggereerde met mijn actie niet alleen dat de 
           KLM zaken met mij deed, maar ook nog dat zij onder de prijs aan 
           mij verkocht. Financieel leed ik verlies, maar psychologisch 
           boekte ik winst, want de KLM werd doodziek van de telefoontjes 
           die zij kreeg. Het verhaal van al die opbellende luchtvaartagenten 
           was steeds hetzelfde: “wij horen nu al bijna tien jaar dat Latjes 
           door ons moet worden geboycot en nu ga je zelf met hem in zee.” 
           	De KLM-woordvoerder zei natuurlijk dat ik hem een poets had 
           gebakken, maar hoe harder hij dat riep hoe minder men hem 
           geloofde. Mijn bedoeling de KLM een koekje van eigen deeg te 
           serveren was geslaagd. Ik kreeg wel een kort geding aan mijn 
           broek, maar zelfs dat pakte in mijn voordeel uit. Goed, ik mocht 
           de naam van de KLM niet meer misbruiken en dat heb ik toegezegd, 
           maar de KLM kreeg een veel vuilere veeg uit de pan. “Als meneer 
           Latjes zo graag onder de prijs verkoopt,” zei de 
           rechtbankpresident, “laat hem dan toch zijn gang gaan.” Je hoorde 
           de KLM-advocaat tandenknarsen, want wat de rechter zei was in 
           feite het opblazen van het hele IATA-systeem: de internationale 
           afspraak van alle georganiseerde luchtvaartmaatschappijen om 
           tickets tegen vastgestelde tarieven te verkopen. (Alleen in het 
           eigen land houdt men zich daar trouwens aan. De KLM ontduikt 
           die fraaie regel net zo vrolijk als haar collega’s, maar niet in 
           Nederland. Hier is ze roomser dan de paus; buiten de grenzen 
           is ze echter net zo’n cowboy als iedereen.)
           	De uitslag van het kort geding leidde helaas niet tot het 
           openbreken van de markt. Wel tot een verscherping van de 
           guerrilla tussen mij en de rest van de reiswereld, met de KLM als 
           sluipschutter in de voorste gelederen. Als eenzame partizaan aan 
           het front van de voordelige vluchten, richtte alle agressie zich op 
           mij. Elke klant die bij een reisburo wegliep omdat hij ergens 
           anders toevallig wat goedkoper terecht kon, werd mij verweten. 
          	 Zelfs voor het eigen falen van de reisburoos - luiheid, 
           slordigheid - werd ik als excuus aangevoerd. Ik was vogelvrij en kreeg 
           van alles de schuld. Een half jaar geleden nog werd iemand met 
           een verkeerd ingevuld ticket voor Spanje op Schiphol bits 
           toegevoegd: “dat hebt u zeker bij Latjes gekocht,” terwijl ik, en 
           dat weten ze daar donders goed, helemaal geen reizen naar Spanje
           verkoop.
           	Latjes was de luis in de pels van de business en diende verdelgd 
           te worden. Aldus geschiedde en de wraak van de KLM moet zoet zijn 
           geweest, want met een klap was niet alleen mijn zaak, mijn baby, 
           maar ook mijn goede naam bij het publiek naar de knoppen. 
           “Latjes” was ‘n synoniem geworden voor listige ladenlichter. De 
           lamzak van de luchtvaart. Zelfs nu, na bijna negen jaar, heb ik 
           daar nog last van, laat staan toen de wond nog vers was. Ik las 
           en hoorde de vreselijkste verhalen en ik dacht, met dezelfde 
           huiver die je bevangt als je je een boze droom herinnert: het 
           gaat over mij! Dat heb ik allemaal opgeroepen. Komt dit nog ooit 
           goed?
    
    
    

Nieuws van de Dag 25 Februari 1981


    
    
    
    Job
    
           	Er waren momenten dat ik liever dood was, zo beroerd voelde 
           ik me. Geestelijk wankelde ik langs de afgrond en materieel was 
           ik er al niet veel beter aan toe. De kleren aan mijn lijf waren 
           de enige dingen die ik nog had. En een bed. Een bed had ik mogen 
           houden van de deurwaarder. Ik weet nog hoe belachelijk blij ik 
           daarmee was. Het komt misschien verkeerd over, maar het is 
           absoluut niet ongevoelig of harteloos bedoeld als ik vermoed dat 
           ik meer heb ingeleverd dan de meeste klanten die ik in de steek 
           heb gelaten. Er waren natuurlijk dramatische gevallen bij. Mensen 
           die jarenlang hadden gespaard en nu de reis van hun leven in 
           rook zagen opgaan. Ze zaten diep in de misere en ik heb later dan 
           ook van alles geprobeerd ze zo goed mogelijk schadeloos te 
           stellen. De anderen trouwens ook. Maar de meeste clienten, 
           die tevergeefs hun ticket kwamen halen, waren vooral geweldig
           kwaad, woedend dat ik hun vakantie had verziekt. 
           	Veel van die mensen, echt tientallen, heb ik nadien gesproken en 
           hun verhaal kwam meestal hierop neer: we vonden je een enorme 
           zak, maar we hebben op de een of andere manier nog een slinger aan 
           die narigheid kunnen geven en we geloven je als je zegt dat je er niet  
           met onze centen vandoor bent gegaan. 
           	Maar ik...ik had er niet alleen niets aan overgehouden, ik was 
           alles kwijtgeraakt wat ik had. Job Latjes. Maar Job, wist ik, was 
           er weer bovenop gekomen, dus waarom Latjes niet? En langzaam, 
           heel langzaam, kroop ik uit het dal omhoog. Langzaam keerde ook 
           mijn levenslust terug. Sterker, ik wilde terug in de reiswereld. 
          	 Kennissen met wie ik daarover sprak, verklaarden me voor 
           stapelgek en helemaal ongelijk kon ik ze niet geven, maar ik had 
           drie goede redenen om het toch te doen. Ten eerste kende ik geen 
           ander vak. Ten tweede had de slangenkuil van het discount-wezen 
           ook zijn creatieve en spannende kanten en ten derde had ik tot 
           mijn verrassing bemerkt dat geen enkel ander reisbureau in het 
           gat was gesprongen dat ik had achtergelaten.
           	Ik bleek nog steeds de enige in de Nederlandse reiswereld die de 
           weg wist in het doolhof van de lage tarieven. Mijn specialiteit - 
           het vinden en verkopen van de goedkoopste reizen naar verre 
           bestemmingen - was niet door anderen geannexeerd, op zich een 
           blamage voor de rest van de reiswereld, en ik besloot de draad op  
           te pakken waar ik hem had moeten laten schieten.
           	In april ‘82 durfde ik mijn gezicht weer te laten zien op de 
           reismarkt. Kort daarvoor, maar dit terzijde, had ik mijn stem al 
           laten horen door een carnavalsplaatje vol te zingen met bestaande 
           teksten en deuntjes. Het had niets met toerisme of met mijn 
           problemen te maken, ik vond het gewoon leuk, maar toen uitlekte 
           dat ik de zanger was zond de Vara een stukje uit met als 
           commentaar: “dit was Ad Latjes met The Tickets en het Koor van 
           Gedupeerden.” Een grapje waar ik, eindelijk, weer om kon lachen, 
           zij het nog steeds niet echt smakelijk.
           	Maar terzake. Ik liet mijn gezicht dus weer zien en gelijk viel 
           ik op mijn bek. Tot tweemaal toe! De man met wie ik op het 
           Piusplein in Tilburg een reisburo begon had teveel geld 
           en gedroeg zich uitgesproken poenig. Dat duurde niet lang. En de 
           man met wie ik in september ‘82 op de Nieuwe Zijds Voorburgwal in 
           Amsterdam Atlantis Travel begon had te weinig geld en kon de 25 
           mille voor de Kamer van Koophandel niet betalen. Dat duurde ook 
           niet zo lang, een jaar. Aan die tweede valse start hield ik zelfs 
           een boete van 12.000 gulden en twee maanden voorwaardelijk over, 
           want ik had de papieren en de, illegaal draaiende, zaak stond op 
           mijn naam.
    
    
    

Vpro-TV opnamen Carnavalslied begin 1982


    
    
    
    Van marktlijder tot marktleider
                                   
           	Ik was te gretig geweest, te goed van vertrouwen en ik begon 
           ernstig te twijfelen aan mijn kijk op mensen in het algemeen en 
           op mezelf in het bijzonder. Weer was ik terug bij af en weer had 
           ik schade opgelopen, en dan bedoel ik niet eens die boete waar ik 
           nog jarenlang aan vast zou zitten. Ik leek nu definitief 
           gediskwalificeerd.
           	Toen ik echt niet meer wist waar ik het zoeken moest van de 
           ellende, kwam Het Geluk weer eens langs. Soms laat het me 
           deerlijk in de steek, maar dan ineens klopt het weer aan de 
           deur. Dit keer diende het zich aan in de persoon van Ruud Storm, 
           een vriend die door mijn faillissement in ‘81 twee ton had 
           verloren en desondanks vriend was gebleven. Hij bood aan me 
           financieel te helpen. Ik was dolgelukkig met uitgerekend zijn 
           steun en samen zijn we op 15 mei 1984 op het Damrak in Amsterdam 
           Malibu Travel begonnen. Toen Storm me geld leende zei hij: “als 
           ik het kwijt ben, kijk ik je er niet op aan. Ik weet dat je je 
           best doet. Dan hebben we samen pech gehad.”
           	Ik heb mijn best gedaan. Malibu staat als een huis. Ruud heeft 
           zijn investering er allang uit en we zijn betere vrienden dan 
           ooit. Maar het mooiste is toch dat we geen enkel krediet nodig 
           hebben. We kunnen onszelf financieel volledig bedruipen en voor 
           een “bankoverval” hoeven we niet meer te vrezen. 
           	Malibu is bovendien een Amerikaanse bv. Een advocatenkantoor 
           in de VS, dat ik destijds in de arm heb genomen, had dat in een 
           week voor elkaar. 
           Ik ontwijk daarmee niet de Nederlandse fiscus, want ik betaal hier 
           gewoon belasting en al mijn andere verplichtingen, maar ik wapen me 
           op die manier wel tegen de KLM. 
           	Het slinkse een-tweetje dat zij destijds met de ABN  
           speelde en dat mij de nek kostte, heb ik - toen ik het eenmaal 
           doorhad - alleen daarom niet voor de rechter gebracht omdat je er 
           in Nederland geen cent mee opschiet als je zo’n zaak wint. Nu zou 
           ik de KLM, bij oneerlijk zakendoen, volgens de Amerikaanse 
           wetgeving kunnen aanpakken en miljoenen dollars schadevergoeding 
           kunnen eisen.
    
    
    
    Accra
    
           	Een interessante troef achter de hand, want ik lig nog regelmatig 
           met de Koninklijke in de clinch. En eigenlijk altijd over 
           hetzelfde probleem: de vliegreis naar Accra, de hoofdstad van 
           de Afrikaanse staat Ghana. De KLM rekent in Nederland voor de 
           retourroute Amsterdam-Accra 4300 gulden, maar biedt het traject 
           Londen-Amsterdam-Ghana, heen en terug, in Engeland aan voor 2400 
           gulden! Een frappant geval van prijsdumping, dat ik overigens met 
           genoegen exploiteer en waar ik al sinds 1972 honderden in Nederland 
           wonende Ghanezen per jaar blij mee maak. Maar in plaats dat ook 
           de KLM me dankbaar is dat ik haar lege stoelen op die route vul - 
           geen enkele Ghanees vliegt immers voor het volle pond met de KLM 
           van Amsterdam naar Accra als hij met Aeroflot, Balkan, Swissair 
           of de KLM voor een weggeefprijs thuis kan komen -  zit ze me de 
           laatste twee jaar (on)behoorlijk dwars. Passagiers met een door 
           mij in Londen gekocht ticket voor Accra moesten volgens haar ook 
           in Londen opstappen; ik vond daarentegen dat die mensen hun reis 
           gewoon op Schiphol konden beginnen omdat zij een betaald 
           en dus geldig KLM-document hadden.
           	Het is de kern van ons conflict, dat merkwaardigerwijs niet geldt 
           voor andere Afrikaanse en alle overige routes per KLM voor de 
           halve prijs, omdat het in die gevallen om minder grote aantallen 
           passagiers gaat. Een opportunisme dat onze nationale trots 
           vaardig en royaal hanteert. In mei 1988 liet zij plotseling vijf 
           klanten met het goedkope ticket Londen-Amsterdam-Accra op 
           Schiphol staan, tenzij ze bereid waren de volle mep vanaf 
           Nederland naar Ghana te betalen. Ik heb die mensen toch een 
           voordelige reis (met een andere maatschappij) kunnen 
           bezorgen, maar vanaf die dag kwamen de KLM en ik elkaar 
           voortdurend voor de rechter tegen.
           	Het voert te ver alle gedingen hier uitgebreid te bespreken, ook 
           al omdat er na al die tijd een soort juridisch 
           gelijkspel uit de bus is gekomen. Althans op nationaal niveau. Ik 
           vertrouw er echter op dat de Europese juristen, aan wie wij nu 
           het geschil met de KLM over Accra hebben voorgelegd, ons 
           uiteindelijk in het gelijk zullen stellen. In de praktijk hebben 
           wij dat al. Alle passagiers voor Ghana met een ticket vanaf Londen 
           mogen namelijk sinds kort van de KLM in Amsterdam opstappen. 
           “Wij  willen de reizigers niet de dupe laten worden van ons 
           meningsverschil,” heet het, lichtelijk farizeisch, want aan de 
           andere kant verkoopt zij ons in Londen maar mondjesmaat 
           discount-tickets voor Accra, waardoor de client die vlug (want 
           rechtstreeks) en voordelig naar Ghana wil vliegen wel degelijk 
           wordt benadeeld.
    
    
    

Vrij Nederland diverse verhalen 1988


Telegraaf 30 Juli 1988


NRC 11 Augustus 1988


Algemeen Dagblad 15 April 1989


Reisrevue 16 Mei 1989


    
    
    
    Netwerk
    
           	Voor ons bedrijf is dat gedoe een hinderlijk obstakel, maar niet 
           meer dan dat. De internationale lage-tarievenmarkt is ruim genoeg 
           om florissant te kunnen draaien en aangezien wij wereldwijd geen 
           Nederlandse concurrentie kennen is de KLM voor Malibu Travel 
           anno 1990 slechts een “veelmotorige mug”, om maar eens een 
           bekende uitspraak van Luns te parafraseren. Dat wij mondiaal een 
           monopoliepositie bezitten is geen grootspraak. Weliswaar hebben 
           ook andere reisburoos op deelterreinen toegang gekregen tot de 
           korting-markt sinds die door ons is gepopulariseerd, bijvoorbeeld 
           door gespecialiseerd personeel aan te trekken of weg te kopen, 
           maar qua know how en organisatie is de hegemonie van ons 
           buro nog altijd onaangetast.
           	Als ik tickets koop in Singapore, Dusseldorp, Los Angeles of
           andere hot spots in het discount-circuit, hoor 
           ik nooit dat andere agenten uit Nederland daar komen. Dat komt 
           omdat wij de deur door de jaren heen toch aardig dicht hebben 
           weten te houden. Met “wij” bedoel ik European Travel 
           Network (ETN), een oorspronkelijk Europees, maar nu 
           intercontinentaal, exclusief consortium van vele tientallen net 
           zulke vrije vogels als ik, dat wereldwijd opereert en overal de 
           goedkoopste graantjes op vlieggebied ontdekt en oppikt. 
           	Zoals ik het nu opschrijf, klinkt het misschien een beetje 
           fladderig en lukraak, maar de werkelijkheid is dat wij  
           dagelijks contact hebben met 92 internationale 
           luchtvaartmaatschappijen en voortdurend via een uitgekiend 
           (Nederlands) computerprogramma met elkaar in contact staan. Dat 
           programma sorteert nauwgezet waar ter wereld welke route van 
           welke maatschappij het goedkoopst is en rekent dan ook nog 
           pijlsnel uit wat al die (15000!) tarieven kosten in de valuta van 
           het desbetreffende land.
           	Vier jaar geleden ben ik ermee begonnen, met dat netwerk, en 
           sindsdien heeft het zich ontwikkeld tot een efficient en hecht 
           verbond van lokale deskundigen, dat garant staat voor het beste 
           produkt op ons gebied. ETN geeft nu ook een discount-kaart uit, 
           voor zestig gulden, waarmee de klant op de plaats van 
           bestemming een aanzienlijke korting kan krijgen op zijn hotel, op 
           de trips die hij wil maken en op tal van andere toeristische 
           mogelijkheden. De kaart is een groot succes - die zes tientjes 
           zijn er zo uit - en onze agent in Miami voorspelt dat we tegen 
           het eind van dit jaar alleen al in Amerika ruim tweeduizend 
           leden hebben.
           	Misschien is het nu wat duidelijker geworden waarom wij in alle 
           onbescheidenheid menen dat wij van de Nederlandse 
           discount-reisburoos de marktleider zijn op het terrein van de 
           verste reizen voor de laagste prijzen. Er is eenvoudig niemand 
           anders in dit land, om het nog wat huiselijker te formuleren, die 
           zo’n gunstig uitzicht over de hele wereld heeft als ik. In plaats 
           van eindeloos te bladeren in ellenlange lijsten zien mijn vijf 
           medewerksters en ik nu in een oogopslag op het computerscherm 
           dat Alitalia op dat moment de voordeligste vlucht naar 
           Australie aanbiedt. Opstappen in Amsterdam, overstappen in Rome 
           en dan naar het andere eind van de wereld voor maar 2140 gulden. 
           	Ander voorbeeld. Op de route Amsterdam-Bangkok vliegen maar 
           liefst  26 luchtvaartmaatschappijen - tarieftechnisch - onder elkaar 
           door op zoek naar de gunst van de vliegende vakantieganger. 
           	Zonder ons European Travel Network-systeem zou het onmogelijk 
           zijn a la minute te weten wie commercieel het diepst durft te 
           duiken (1250 gulden? 1500? 1800?) voor een retourticket dat 
           officieel 4000 gulden kost. Trouwens, niet alleen naar de klant toe 
           maken wij gebruik van de laatste vindingen op technologisch 
           gebied, ook de potentiele reiziger kan via de meest geavanceerde 
           apparatuur (zes sprekende computers) dag en nacht bij ons 
           terecht voor gerichte informatie. (elders in dit boekje ga ik 
           daar dieper op in)
    
    
    
    Betrekkelijkheid
           
           	Alles goed en wel, maar wat ben ik, A.A.J.Latjes, er nu zelf 
           wijzer van geworden? Het is een vraag die ik mezelf wel eens 
           stel. Wereldvreemd studentje van 20 jaar in 1970. Ticketboer met 
           15 miljoen gulden omzet in 1980. Daarna een poosje berooide 
           schooier en dan weer man in bonus met vierduizend clienten, goed 
           voor zes miljoen gulden, in 1990. 
           	Opkomst, Afgang & Terugkeer in nauwelijks twintig jaar. Wat heeft 
           die turbulente reeks bij mij aangericht? Het oprechte antwoord is 
           dat ik ben veranderd. Zakelijk, maar ook privÈ, ben ik een stuk 
           rustiger geworden.
           	Alles wat ik heb kunnen meemaken in de reiswereld heb ik 
           meegemaakt, de toppen en de dalen, en dat doet je de 
           betrekkelijkheid der dingen wel inzien. Ik streef niet meer 
           rusteloos naar een hoofdkantoor met honderd meiden en vijftig 
           filialen. Ik wens u veel personeel toe, is een typisch 
           Amsterdams gezegde, en het venijn dat daarin schuilt heb ik 
           leren kennen. Wat ik wel wil is een gezonde, normale groei van 
           mijn bedrijf. Geen bijkantoren meer, dat kost alleen maar 
           hoofdbrekens, maar een goed geleid centraal punt waar over een 
           paar jaar zeven, acht meisjes gespecialiseerde service verlenen
           en waar de techniek de rest doet.
           	Ik werk nog steeds hard, meen ik, maar ik vind het nu veel 
           belangrijker dan vroeger om ook eens een beetje tijd voor mezelf, 
           mijn vrouw Henriette en mijn dochtertje Wendy van 
           zeven te hebben. Een keertje lekker met zijn allen uit eten, een 
           wandeling door het bos, een boek of een uurtje tv. Ik pak 
           zo nu en dan de kans te genieten van het leven. Daar had ik 
           het een paar jaar geleden altijd “te druk” voor.
           	In die zin heeft heeft het negatieve mij veel positiefs 
           gebracht. Het raadselachtige rondo van het bestaan heeft mij weer 
           het geluk van juni geschonken; de mooiste tijd die ik ken, zoals 
           ik in de eerste regel van dit verhaal schreef. Ik hoop, voor u 
           en voor mij, dat het nog lang zomer mag blijven.
    
    
    
    Wie is Ad Latjes?
                 
           Vriend en vijand geven hun mening.
         
    
    
    Klant (m):
           “Dat noem ik nog eens service!”
          
           	 “Ik reis geregeld voor mijn plezier en dan moet je prijsbewust 
           zijn, anders kan het niet. Dan ga je winkelen, zoals ik dat noem. 
           	Op een zeker moment ben ik bij Ad Latjes terecht gekomen - hoe 
           weet ik niet meer, vermoedelijk via de krant - maar belangrijker  
           is dat ik niet meer ben weggegaan. Ik ben zeer tevreden en ik 
           heb veel mensen aangeraden voortaan bij hem te boeken. Dan zijn 
           er wel die zeggen: “o jee, Ad Latjes, zou ik dat nu wel doen?” 
           	“Doe maar,” zeg ik dan, en na terugkeer zijn ze allemaal bekeerd en 
           fanatieke Latjes-fans geworden. Zelf heb ik eens meegemaakt dat 
           een van de meisjes aan de balie me een ticket gaf, maar vergat af 
           te rekenen. Dat noem ik nog eens service!”
    
    
    Klant (v):
           “Hij mag wel eens een nieuw tapijtje neerleggen.”
           
           	“Ik stond wel raar te kijken toen ik hier zes jaar geleden voor 
           het eerst kwam. Toen hadden ze nog maar de helft van de 
           tegenwoordige ruimte en de vrouw van Ad - of zijn vriendin, daar  
           wil ik afwezen - had een kind bij zich. In de box. Toen ik eraan 
           gewend was, vond ik het eigenlijk wel mooi. 
           	Ik ben bij Latjes terecht gekomen omdat hij in De Telegraaf stond. 
           De naam sprak me wel aan: Malibu. Dat leek me wel romantisch en het 
           kantoor zat ook lekker dicht bij het Centraal Station, want ik woon 
           in Voorhout en telefonisch kwam ik er niet door. Dat is wel een 
           minpunt: er zijn altijd veel wachtenden voor je. Je kunt beter de 
           trein nemen. 
           	Later kwam ik er pas achter wie Latjes was, maar het 
           deerde me niet. Ik ben nogal sociaal voelend en zelf ben ik ook 
           wel eens weggepest. Dat was een reden temeer om hier mijn 
           tickets vandaan te halen. 
           	Verder vind ik dat hij wel eens een nieuw tapijtje mag neerleggen.” 
    
    
    Moeder Latjes:
           “Als je er niet boven staat, ga je er onderdoor.”
           
           	“Ik denk dat Ad het reislustige van mij heeft, want ik heb altijd 
           tegen mijn kinderen gezegd: “als jullie groot zijn, gaat mamma 
           op reis!” Vreemde volkeren en culturen, dat heeft mij altijd 
           geboeid. Ik was bijna vijfentwintig jaar getrouwd eer het 
           ervan kwam, maar toen heb ik het er ook van genomen. Ik heb zeven 
           boekjes geschreven over de reizen die ik sindsdien heb gemaakt. Er 
           staan verhalen in over Israel, noord- en zuid-Amerika, 
           Afrika, India, Nepal, Indonesie, de Fiji-eilanden enzovoort. Wij 
           gingen altijd met zijn tweetjes, Ad en ik. Mijn man was daar 
           niet zo’n type voor. Met een huurauto gingen we de binnenlanden 
           in en daar maakten we de dolste avonturen mee. Soms, als Ad geen 
           zin had of te moe was, trok ik er alleen op uit. Ik heb nu een 
           computer aangeschaft om te schrijven. Dat scheelt tijd, want 
           ik heb nog zoveel andere dingen te doen. Handwerken, 
           fotograferen, in mijn tuin werken, de dag is eigenlijk te 
           kort.               
    
          	 Ik ben blij voor Ad dat het nu weer goed met hem gaat. Hij 
           heeft die zaak van de grond af aan opgebouwd en toen het misliep 
           vond ik dat vreselijk voor hem. Maar ik heb altijd gezegd: “je 
           moet niet treuren, jongen. Als je maar een goed mens in de 
           maatschappij bent die iets voor anderen kan betekenen, komt 
           alles terecht.” De telefoon stond in die dagen roodgloeiend. Van 
           de pers zijn ze hier ook geweest, maar er stonden soms heel 
           verkeerde dingen in de krant. Dan kwam ik in opstand en pakte 
           ik mijn pen. Het was dan wel Ad zijn eigen schuld, want je moet 
           mensen geen kwade kansen geven, maar je mag niet zomaar 
           schrijven dat iemand oneerlijk is.
    
           	Ik heb de krant in Tilburg aangeboden mijn boekjes te publiceren  
           en van het geld een fonds te vormen voor de gedupeerden. Dat 
           wilde men wel, maar dan als feuilleton en dat zou, bij nader 
           inzien, te lang gaan duren. Dan zou de zaak niet meer actueel 
           zijn, vond men. Maar als ze geweten hadden dat het zo lang zou 
           duren, hadden ze het natuurlijk wel gedaan.
           	Mijn man trok het zich meer aan dan ik, het faillissement, maar 
           ik denk dat hij er niet genoeg boven stond. En als je er niet 
           boven staat, ga je er onderdoor. Ik wist wat ik aan Ad had en 
           dat was voor mij genoeg. De rest komt wel goed, dacht ik. En zo 
           is het ook gegaan.
           	Ik verheug me al op onze volgende reis. Naar Moskou.”
    
    
    C.G.Hundepool, directeur-hoofdredacteur van het blad Zakenreis:
           “De KLM is nooit te pakken!”
           	
           	“De vorige KLM-directeur Nederland heeft in mijn bijzijn eens 
           woedend uitgeroepen dat hij er alles aan zou doen Latjes waar dan 
           ook te pakken. Ad had toen net zijn Amsterdamse kantoor 
           betrokken, pal naast dat van de KLM. Die zat er verschrikkelijk 
           mee dat uitgerekend Latjes, een ergenis van het ergste soort, 
           haar buurman was geworden. Later, toen ik hoorde dat er 
           financiele problemen waren die met het onroerend goed 
           samenhingen, heb ik tegen Latjes gezegd dat het best zou kunnen 
           zijn dat een en ander met elkaar samenhing. Het is een vermoeden,  
           maar als je in mijn hart kijkt ben ik ervan overtuigd dat het zo is 
           gegaan. Ik loop al vijfendertig jaar in dit vak mee en de KLM is 
           nooit te pakken, maar het is wel het meest voor de hand 
           liggende. 
    
           	Ad is een van de meest intelligente knapen in de reisindustrie en 
           hij weet feilloos gebruik te maken van de mazen in het net.
           Hij heeft immers uitgevonden dat je over de grens goedkoop aan 
           tickets kunt komen. De KLM reageerde hierop met prikacties, net 
           zo lang tot zij het touw kon aantrekken.
           	Er zijn hem banen aangeboden, onder andere bij Arke, en hij zou bij 
           de top-tien touroperators kunnen behoren als hij zou willen. 
           	Maar hij zit precies aan de andere kant en nu krijgt hij alles over 
           zich heen. Ik zie hem nog in het Amsterdam Hilton staan om een 
           computersysteem over reserveringen te demonstreren. Hij deed dat 
           in de hal, want waar hij eigenlijk had moeten staan werd hij 
           niet toegelaten.”
    
    
    

Zakenreis October 1989


Zakenreis October 1989


    
    
    
    KLM-woordvoerster:
           “Dat zou zeer onnetjes van ons zijn.”
           
           	“Ik kan me niet voorstellen dat wie dan ook van ons bij de KLM 
           behoefte heeft om een mening te geven over iemand die zaken doet 
           op de wijze die de heer Latjes verkiest. De mening over dat 
           zakendoen heeft de KLM duidelijk en officieel naar voren 
           gebracht in de korte gedingen die door de heer Latjes tegen de 
           KLM zijn aangespannen. U kunt zich voorstellen dat wij ons 
           verder absoluut onthouden van welke visie dan ook op de man als 
           persoon. Het zou zeer onnetjes van ons zijn als wij dat wel 
           deden.”
    
    
    Ronald Raadsheer, sales-manager Benelux van Singapore Airlines:
           “Latjes is voorzichtiger geworden.”
          
          	 “Ad Latjes is een reis-entrepreneur. Hij onderneemt veel 
           initiatieven om het reizen voor de consument gemakkelijker en 
           voordeliger te maken. Hij maakt daarmee gebruik van de 
           mogelijkheden die aanwezig zijn en dat is toch wel te 
           apprecieren. Aan de andere kant zijn er ook dingen die wat 
           negatief naar voren komen en dan denk ik met name aan zijn 
           faillissement destijds. Ik vermoed dat hij toen wat te ver was 
           doorgeschoten in zijn idealen en teveel hooi op zijn vork had 
           genomen waardoor hij door de bomen het bos niet meer zag.
           	Ik denk overigens dat zijn reputatie nu aanzienlijk is verbeterd. 
           Hij is voorzichtiger geworden en persoonlijk kan ik alleen maar 
           positief over hem oordelen, hoewel ik hem niet bijzonder goed 
           ken en ook rechtstreeks geen zaken met hem doe.”
    
    
    Broer drs.Peter Latjes, redacteur binnenland en
    parlement van het Katholiek Nieuwsblad:
    “Ad is bij veel mensen onstuitbaar populair.” “Ik word vaak aangesproken van: goh, Ad latjes, is dat soms familie van je? Dan zeg ik volmondig: “ja, dat is mijn oudste broer,” want ik ben erg op hem gesteld. Wij liggen elkaar goed en wij hebben regelmatig contact. Ik ben wel veel geplaagd met die affaire van toen, maar ik had er persoonlijk absoluut geen probleem mee dat Ad failliet ging om de doodeenvoudige reden dat hij niemand de hersens heeft ingeslagen en niemand moedwillig heeft getild. Hij heeft niets onwettigs gedaan en ook niets dat met mijn eigen levensovertuiging in strijd is. Ik heb die zaak destijds van nabij gevolgd en voor mezelf een duidelijke conclusie getrokken. Die durf ik gerust hardop te zeggen en ik hoop zelfs dat ze me daar nog eens een proces wegens smaad over aandoen. Kijk, de bank van mijn broer was de ABN en die draaide de geldkraan op een zeker moment dicht omdat Batenburg, toen president-directeur van de ABN en commissaris bij de KLM, van zijn vriendje Orlandini, toen president-directeur van de KLM en commissaris bij de ABN, had begrepen dat Latjes zo’n ontzettende lastpost was voor de KLM. En toen hing Ad. Dit heb ik voor mezelf gedestilleerd uit de feiten. Ik heb het ook diverse malen in het openbaar verkondigd, in de krant en voor de radio, maar nooit heeft iemand het ontkend. Je kunt van mij aannemen dat het waar is. Ik heb Ad meegemaakt op zijn hoogtepunt en op zijn dieptepunt, maar hij heeft net als ik de neiging niet te hechten aan geld als doel, alleen als middel. Dat heeft hem er overheen geholpen in de moeilijke momenten van zijn leven. Verder is hij vaak te goeder trouw, omdat hij een groot vertrouwen in mensen heeft en dat komt weer omdat hij zelf goudeerlijk is. In zijn omgang met mensen is hij sterk op zichzelf gericht, hoewel hij ook weer uitermate charmant kan zijn, jongensachtig. Dat jongensachtige maakt hem bij heel veel mensen onstuitbaar populair. Hij heeft vrienden die hem door dik en dun steunen en toen hij in 1982, zonder succes overigens, aan de Tilburgse gemeenteraadsverkiezingen meedeed, waren er toch 1200, 1300 mensen die op hem stemden. Aan de andere kant is hij iemand die juist door die in zichzelf gekeerdheid moeilijk contact maakt en zich te weinig rekenschap geeft van zijn leefomgeving. In zijn hart is hij een sterk sociaal bewogen man, alleen was daar in zijn leven, in twintig jaar keihard zakenleven, vaak te weinig ruimte voor.”
    Amerikaanse klant (v): “Ik ben onder de indruk van de computers hier.” “Ik kwam uit het Centraal Station, wandelde over het Damrak en zag het uithangbord: cheapest air fares. Daar moet ik zijn, dacht ik. Ik kom nu uit Londen en ga naar Duitsland, Frankrijk en Spanje. Vandaar keer ik terug naar Amerika en dan zie ik wel weer. De Malibu-service is snel en direct. En ik heb er wel een beetje verstand van, want ik doe eigenlijk niets anders dan reizen. Zo nu en dan moet ik wel eens wat werken om verder te kunnen zwerven, maar het liefst ben ik toch onderweg. Van huis uit ben ik computerprogrammeur en ik ben onder de indruk van de apparatuur die hier staat en van de software, die hier wordt gebruikt. Bianca bellen en zij belt terug...dat heb ik nog nooit meegemaakt.” Buurman Blokker: “Nee, ik boek mijn reizen niet bij hem.” “Het reisbureau van Latjes is niet zo duidelijk aangegeven, dus stapt men hier wel eens binnen, een deur verder, maar daar heb ik geen last van. Nee, zelf boek ik mijn reizen niet bij hem. Ik ben voorzichtig. Ik ga graag naar een reisbureau dat is aangesloten bij de ANVR. Laat ik het zo zeggen.” Buurvrouw van de Joegoslavische Bank: “Aardige meisjes, goede buren.” “Ik ken de heer Latjes niet goed, maar er is een plezierige verstandhouding tussen mijn kantoor en het zijne. Aardige meisjes, goede buren. Ik zie zo nu en dan klanten in- en uitgaan, dat is alles. Bye bye” Advocate Sandra Boot: “Mijn client probeert alles en schuwt niets.” “Wij hebben in december 1989 een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Die zal moeten oordelen of er sprake is van misbruik van macht door de KLM, zoals wij menen, maar eerst moet nog blijken of de Commissie de klacht in behandeling zal nemen. Zij is wel geregistreerd, maar vooralsnog is er niets gebeurd. Als de EC niet reageert, stap ik naar het Hof van Justitie met de eis de Commissie te gebieden iets te ondernemen. De nationale rechter wilde geen uitspraak doen, omdat hij daarmee iets zou gaan vastleggen dat enorme gevolgen zou hebben voor de hele luchtvaart. Het wachten is dus op de Europese Commissie. Eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in dat daar iets positiefs uitkomt, want de belangen zijn immens groot. De markt zou er totaal anders uit gaan zien. Er is mij al ingefluisterd dat de Commissie geen beslissing durft te nemen en de zaak liever van zich afschuift. Wij vinden dat de KLM misbruik maakt van haar positie. Goedkope CD’s uit Duitsland invoeren en hier verkopen is toegestaan, maar met tickets mag dat opeens niet. Dat kan alleen omdat de KLM een machtspositie inneemt. Je kunt het vergelijken met een bakker die zegt: “u mag die taart wel van mij kopen, maar dan moet u hem in een keer opeten.” Als hij de enige bakker is, zal de taartminnende consument toch aan zijn voorwaarden moeten voldoen. Dat is precies wat er op luchtvaartgebied aan de hand is. In Nederland wonende afnemers van mijn client kopen voordelige tickets uit Engeland, maar dan zegt de KLM: “dat is best, maar dan moet je eerst naar Londen vliegen.” Deze belachelijke situatie willen wij aan de kaak stellen. Ik vind het wel aardig dat de heer Latjes die machtige kat de bel aanbindt. Hij probeert alles en schuwt niets. Hij gaat er op af, of het nu de hoogste baas is of de juffrouw aan de balie. Die houding kan ik wel waarderen.” Vriend-in-nood Ruud Storm: “Ad trekt het liefst zijn eigen plan.” “Latjes is een enfant terrible in de reiswereld. Een Brabantse jongen die onvermoeibaar achter zijn jongensdroom aanjaagt. Ik vind hem briljant. De meeste mensen die briljant zijn kunnen niet communiceren, maar hij kan dat wel. Hij is bovendien eerlijk, echt eerlijk, en ik denk dat hij ook erg gevoelig is. Hij heeft het idee dat hem en de mensen om hem heen vaak onrecht is aangedaan. Hij is ook knap eigenwijs. Wat hij in zijn hoofd heeft zet hij door tot het tegendeel is bewezen. Ik denk dat hij net zoveel missers als schoten in de roos heeft gescoord. Op de tv zag hij eens een man met een raketmotor op zijn rug, die de lucht werd ingeschoten. Dat was helemaal te gek. Zo’n lanceer-apparaat moest hij ook hebben. Waar kon je dat ding kopen? Diezelfde middag nog belde hij met het Pentagon in Washington, met de NASA en met fabrieken in Frankrijk, omdat die dingen daar gemaakt zouden zijn. Hij heeft dat apparaat nooit gekregen, eenvoudig omdat het niet te koop was, maar de bezetenheid waarmee hij er achteraan zat, was fascinerend. Ik was erbij en heb gezien hoe hij zeker vier, vijf uur over de hele wereld heeft gebeld. Dat tekent Ad Latjes; een doordouwer in optima forma. Ik denk dat dat een karaktereigenschap is waardoor hij het in die reiswereld heeft gered en waardoor hij nu weer in de lift zit, met alle onrealistische en kostbare zijwegen van dien. Wat hem verweten kan worden is dat hij zelden advies aan anderen vraagt en het liefst zijn eigen plan trekt. Hij was een klant van ons reclamebureau in Alphen aan de Rijn en niet zo’n kleintje. Vlak voor hij failliet ging, deed hij voor een miljoen gulden op jaarbasis bij ons. Toen het mis ging, had ik nog een paar ton van hem tegoed. Dat betekende bijna ons eigen faillissement - ik ben er door de ABN bovenop geholpen! - maar ik geloofde zo in zijn integriteit en inventiviteit dat ik hem een paar jaar later toch weer heb geholpen Malibu Travel op te zetten. Hij is zorgvuldiger geworden en dat is logisch. Hij wil niet meer meemaken wat hij al een keer heeft meegemaakt. Hij geeft nu een gulden pas uit als hij hem binnen heeft. Ad weet zijn personeel te motiveren en te inspireren. Hij leidt de meisjes zelf op en doet dat op een wonderlijke, wat stugge manier. Maar dat komt omdat hij sneller denkt dan hij praat en meent dat anderen dat ook kunnen en hem direct begrijpen. Maar hij kan het toch heel goed overbrengen en dat bewonder ik in hem.” Supervisor Bianca (22): “Ik heb eens vijftig rozen gekregen.” “Ik werk bijna vier jaar bij Malibu. Samen met vier andere meisjes en ik kan niet anders zeggen dan dat de sfeer op kantoor gemoedelijk en amicaal is. Problemen praten we meteen uit en ook tegen Ad kunnen we zeggen wat we willen. Hij moedigt dat juist aan. Hij is slim en ad rem en vraagt dat ook van ons. Hij kan wel eens hard optreden tegen de medewerksters, maar dan heeft hij er ook een reden voor. Als je het ergens niet mee eens bent, moet je dat meteen zeggen. Dan is de lucht weer geklaard. Er is wel eens een meisje huilend weggelopen; die kon dat niet opbrengen. Hij heeft ons geleerd goed en snel te werken: informatie geven aan de balie, zestien telefoonlijnen beantwoorden, bellen naar luchtvaartmaatschappijen die vaak in gesprek zijn, Turkish Airlines is daar een berucht voorbeeld van, en tegelijk de klanten correct en efficient aan een reis helpen. Het is een verantwoordelijkheid waar ik volgens mijn diploma’s recht op heb, maar die je bij andere bureaus niet altijd krijgt. De clienten waarderen ons werk blijkbaar, want ze brengen na terugkeer dikwijls een cadeautje voor ons mee. We krijgen ook veel kaarten en bloemen. Ik heb eens vijftig rozen gekregen. En Ad heeft ons nu ook nieuwe vloerbedekking en gordijnen beloofd. Genoeg redenen voor mij om nog lang te blijven.” Medewerkster Linda (21): “Ik krijg vaak opmerkingen dat ik bij Ad Latjes werk.” “Na de Havo heb ik in een Amerikaans hotel gewerkt en cursussen op het gebied van luchtvaart en toerisme gevolgd. Daarna ben ik hier terecht gekomen, nu anderhalf jaar geleden. Je kunt heel gemakkelijk reizen. Je krijgt twee tickets per jaar voor jezelf, waarheen je maar wilt, dus dat is wel lekker. Ik krijg vaak opmerkingen van mensen die horen dat ik bij Ad Latjes werk, maar voor mij is hij een goede baas en ik leer verschrikkelijk veel van hem. Die negatieve reacties komen van mensen die hem zelf of zijn bedrijf niet kennen. Anderen zijn positief. Ik had vandaag nog iemand aan de telefoon, die heel vroeger met Ad had gereisd en die zei: “ik wil het toch weer met jullie proberen, want persoonlijk heb ik nooit iets naars ondervonden.” We hebben veel trouwe klanten. Heel veel mensen komen terug. Een enkele keer gaat er ook wel eens iemand weg. Laatst kwam er een oudere heer binnen en ik zei heel vriendelijk tegen hem: “hallo, gaat u zitten.” Gewoon, gezellig. Als ik nu “hoi” had gezegd...Die meneer zei toen heel nadrukkelijk: “goedenmiddag!” Ik dacht dat hij me niet had verstaan en ik zei nog eens: “hallo, meneer.” Toen zei hij: “dat doe je maar tegen je leeftijdgenoten” en liep weg. Dat had ik niet verwacht. Ik riep nog: “goedenmiddag”, maar hij hoorde me niet meer.”

Kantoor Malibu Travel in Amsterdam


    
    
    
    DE OPMARS VAN NIEUWE TECHNOLOGIEEN
    
        Dit was al de tweede nacht dat hij de slaap moeilijk kon pakken.     
    Ook gisteren had het uren geduurd alvorens hij vermoeid in slaap 
    was gedommeld. Sinds maandag was hij al opgewonden. 
    Vrienden uit Dresden hadden hem gebeld over de reis van zijn 
    dromen. Maar voor zij iets hadden kunnen vertellen was de lijn 
    weggevallen. Vergeefs had hij daarna vele malen getracht hen 
    te bereiken. Al zijn vrienden wisten hoezeer hij verlangde om 
    eens in zijn leven een reis te maken naar het machtige en verre Amerika.                                     
    	Voordat de gehate muur omlaag was, leek Amerika oneindig ver en      
    onbereikbaar, maar ook nu nog leek het een onwerkelijke droom.       
    Wat hadden zijn vrienden hem willen vertellen ?                      
    Of hadden zij hem voor de gek willen houden ?                        
    
    	Om zijn vrouw niet wakker te maken ging hij stilletjes naar beneden. 
    Uit verveling zwierven zijn vingers over de toetsen van de afstands- 
    bediening. Plotseling veerde hij op. Op het Engelstalige kanaal dat  
    zij sinds enkele maanden op de kabel hadden, zaten ook teletekst-pagina’s. 
    	Hij raadpleegde regelmatig de Westduitse pagina’s voor het nieuws 
    maar verder kwam hij nooit. Super Channel had hij eigenlijk nog nooit 
    bekeken, voornamelijk omdat zijn Engels zo belabberd was.  
    	
    	Het enige Engels dat hij kende,was wat hij had geleerd van een cursus 
    op de ZDF. Maar ondanks zijn gebrekkige kennis, hadden enkele woorden 
    zijn aandacht getrokken.  Hij riep de pagina op die achter 'air fares’ 
    stond vermeld, en pagina na pagina werden hem de verste bestemmingen voor de 
    ongelooflijkste prijzen aangeboden.  
    	Weliswaar luidden niet alle prijzen in Westduitse Marken, maar de    
    koersen van alle harde Westerse valuta kende hij al jaren uit z’n hoofd.                                                               
    
    	Gefascineerd bekeek hij pagina na pagina. Een steeds groter wordend 
    ongeloof maakte zich van hem meester. Hij had de prijzen wel uit de TV willen 
    trekken. Zo langzaam ging het voor hem..                   
    	Alle wereldsteden gleden aan zijn ogen voorbij. En dan....Miami......
    voor de absurde prijs van slechts 750 Mark retour. 
    	Eigenlijk ging zijn hart uit naar New York, maar waarom  niet 
    naar Florida, waar het weer zoveel beter was dan in het Noordoosten. 
    	Ongelovig liet hij alle informatie op zich inwerken. Als gehypnotiseerd
    kozen zijn vingers het nummer dat op het scherm stond vermeld. 
    Tot twee maal toe kreeg hij geen verbinding omdat hij het landnummer 
    van Holland was vergeten.
     
    	Om half drie ‘s nachts gaf Linda hem alle informatie die hij wilde   
    weten. In perfect Duits. Hij raakte zo in haar ban dat hij het zich nauwelijks 
    realiseerde, toen hij de negen op zijn telefoon indrukte, en Linda 
    onbevangen antwoord gaf op alle vragen, waar hij woonde, waarheen hij 
    wilde gaan en wanneer.                          
    	Zelfs toen ze zijn credit-card nummer vroeg, gaf hij zonder aarzelen 
    het kaartnummer van zijn neef uit Munchen. Deze had het hem gegeven 
    voor het geval hij hem ooit wilde komen opzoeken.                    
    
    	Pas twee dagen later besefte hij dat hij die nacht niet had gedroomd.
    Een onbekende man was schijnbaar speciaal voor hem uit Berlijn       
    gekomen om hem z’n ticket te overhandigen. Sprakeloos bleef hij de   
    man staan nakijken tot deze al ver achter de horizon was verdwenen.  
    	Was dit nu de beroemde service waarvan hij de Westduitsers zo vaak   
    had horen zeggen dat zij in de DDR niet bestond.                     
    	Nooit had hij kunnen begrijpen wat ze precies bedoelden.             
    Voor de eerste keer in z’n leven realiseerde hij zich, dat hij had  geproefd 
    van de Westerse vrijheid en luxe. En wat hij en zijn landgenoten hadden 
    moeten ontberen gedurende 40 jaar schrikbewind van de communisten. 
    Nu pas begreep hij waarom zijn neef Stephan en velen van z’n vrienden 
    waren gevlucht naar het Westen.                         
    	
    Waarom kon een computer in het Westen meer service en geluk geven dan de mensen 
    in het Oosten?  Halsoverkop vroeg hij ‘n paspoort en visum aan 
    en ongetwijfeld was hij op die achtste maart de gelukkigste man die 
    richting Amerika vloog.                                      
    
    
    
    Freak
    
    	Hoewel een autogebruiker geen auto-freak wordt genoemd, is een 
    computergebruiker wel een computer-freak. Het zal wel iets te maken hebben met 
    de onwennigheid waarmee velen van ons nog tegenover de computer staan. 
    Daarom heb ik me van deze benaming nooit veel aangetrokken.   
    	Ik heb nooit een computercursus gevolgd, net zo min als een cursus   
    automonteur. Uiteindelijk hoef ik alleen maar de commando’s te leren 
    om zo’n apparaat te bedienen, en niet te weten hoe ‘t werkt.         
                     
    	Mijn belangstelling voor computers werd gewekt in het midden van de 
    jaren zeventig, vanwege de snelheid waarmee ik de vliegprijzen kon   
    bijhouden met dat nieuwerwetse apparaat. Aangezien een Leeuw liever lui is 
    dan moe, werd m’n eerste Tandy-computer spoedig gebruikt voor alles wat ik 
    er mee kon bedenken,niet gehinderd door enige technische kennis. Ook het 
    grootste gedeelte van dit boekje is getikt op de portable computer die ik 
    dagelijks gebruik in de trein van Tilburg naar Amsterdam.                                                      
                           
    
    
    Viditel
            
    	Toen de PTT in 1979 de Viditel-proef aankondigde, begreep ik meteen 
    hoeveel makkelijker het voor mij zou worden als Viditel inderdaad een 
    massa-medium zou worden. Mensen dag en nacht informeren, laten reserveren 
    en automatisch hun ticket laten toesturen. En dat allemaal dankzij de goedkope 
    electronische gastarbeider die computer heet. Een aantrekkelijk vooruitzicht.    
                                      
    	Dus werd ik de eerste informatieleverancier uit de reiswereld.       
    Helaas faalde het Viditel-project jammerlijk en heeft het achteraf   
    gezien alleen maar een hoop geld gekost. Omdat ik toentertijd ook    
    andere zorgen aan m’n hoofd had, is het nooit tot een schadeclaim    
    tegen de PTT gekomen. De PTT is in die tijd zeker schuldig geweest   
    aan een veel te optimistische toekomstverwachting voor het Viditel-  
    project, bewust of onbewust. Alleen al door het feit dat er na 11 jaar
    nog maar 30.000 abonnees zijn in plaats van de beloofde 1 miljoen,   
    wordt dit bewezen.
    
    	Dat ik in de eerste helft van 1981 met mijn 8000 pagina’s informatie 
    zes maanden lang de populairste informatieleverancier was op Viditel,
    is slechts een schrale troost. Mijn imago als Mr.Viditel heeft onge- 
    twijfeld veel bijgedragen tot de overdosis publiciteit rondom de     
    latere neergang.                                                     
    
    	Malibu Travel heeft op dit moment al weer enkele jaren zelf 
    een Viditel host computer, waar klanten naar toe kunnen bellen om de gratis 
    prijslijsten aan te vragen. Viditel heeft waarschijnlijk nog wel een toekomst 
    als communicatiemedium, maar zeker niet als 
    informatiemedium.        
    
    
    

Adformatie 6 Maart 1980


    
    
    
    Radio- en TV-piraat
    
    	Een absurde vakidioot op het Ministerie van CRM opperde in 1981 dat 
    ook Viditel-informatieleveranciers een omroepvergunning zouden moeten aanvragen. 
    Vermoedelijk onder het mom dat alles wat op een scherm  verschijnt een 
    TV-programma is.                                      
    	Hierop werd ik zo kwaad dat ik voor 7000 gulden een professionele    
    Canadese TV-zender liet installeren op het dak van m’n sporthal en   
    een 24-uurs non-stop radiostation op het dak van mijn kantoor.            
    	De TV-zender zond elke avond op de frequentie van Duitsland-2 een    
    film uit. Twee tijdklokken regelden alles; een zette de zender aan om
    deze voor te verwarmen en 15 minuten later zette de tweede de videorecorder aan. 
    Overdag werden de tijdklokken geprogrammeerd. 			
    Tijdens de uitzending van de ‘Bridge on the River Kwai’ werd ik door de politie 
    opgebeld. Ze hadden de zender weggehaald en ik moest komen om de deur weer dicht 
    te doen. De TV-zender werd na 
    3 weken opgerold en de radiozender na 3 maanden. De radiozender waarschijnlijk 
    later omdat ze op het Tilburgse politieburo wel naar de radio luisterden, maar 
    geen TV konden kijken. 
    	Ik heb nooit meer iets gehoord over een omroepvergunning voor Viditel.
       
    
    

Vrij Nederland en NRC in 1981


    
    
    
    Teletekst
    
    	In maart 1986 openden zich de toegangspoorten tot een nieuw massamedium. 
    Sky Channel kondigde aan te beginnen met commerciele teletekst.
    	In tegenstelling tot Viditel was hierbij vanaf het eerste uur een    
    miljoenenpubliek gegarandeerd. Hoewel de prijs niet kinderachtig was 
    en deze door Malibu Travel alleen moest worden opgehoest, is Skytekst
    vanaf het begin een succesvolle investering geweest.                 
    	Zeker toen ik na verloop van tijd een eigen terminal kocht en naar   
    hartelust en met creativiteit pagina’s kon opmaken en versturen.     
    	Ook na 4 jaar geeft het elke keer weer een machtig gevoel te         
    beseffen dat op hetzelfde moment dat ik vanaf thuis nieuwe pagina’s  
    oversein naar de Sky-computer in Londen, deze informatie op miljoenen TV-schermen 
    in Athene, Helsinki, Londen en honderden andere Europese steden te ontvangen is.                                              
    
    	De response was enorm. Misschien ook wel omdat we vanaf het begin de 
    ambitie hadden een postorderbedrijf voor geheel Europa te worden. Deze droom is 
    om praktische redenen nooit werkelijkheid geworden.    
    	Omdat we het dichtst bij God adverteerden, aangenomen dat Hij boven 
    ons woont, namen passagiers al snel aan dat we wonderen konden verrichten. 
    De gekste vragen werden op ons afgevuurd en Malibu Travel maar kosten maken 
    om ze allemaal te beantwoorden.                    
    	Na een tijdje bleek dus dat ik er weinig of niets aan verdiende,     
    ondanks dat we begonnen waren geld te vragen voor het versturen van  
    prijsinformaties naar het buitenland en ondanks de extra boekings-   
    kosten die we vroegen voor boekingen vanuit het buitenland.          
    	Mijn groeiende onvrede over deze situatie viel ongeveer samen met de 
    opbloei van de International Discount Travel Association, waaruit    
    later European Travel Network is voortgekomen.                       
    	En toen was de combinatie snel bedacht. Collega-reisburoos in 
    Zwitserland, Duitsland, Denemarken en Groot Brittanie werden uitgenodigd 
    teletekst-pagina’s onder te huren van Malibu Travel. Dit was mede interessant 
    voor hen omdat Sky Channel de advertentietarieven ondertussen flink had 
    opgetrokken, maar mij als eerste en trouwe adverteerder hierbij had ontzien.                                         
    	Vanwege de succesvolle onderverhuur moest ik zelfs meer pagina’s     
    kopen en is Malibu Travel uiteindelijk verlost geworden van een be-  
    langrijke kostenpost. Op dit moment worden de 230 teletekst-pagina’s 
    beheerd door European Travel Network, en zijn ze verdeeld over 4  
    pagina-nummers, te weten Eurosport pagina 167,168 en 169 en Super    
    Channel pagina 167. Bovendien zijn er nu ook adverteerders bijgekomen uit 
    Miami,Dubai,Singapore en Californie. 
    	Vanwege het aantal van 15 miljoen Europeanen dat toegang heeft tot 
    de teletekst van Eurosport en Super Channel, vormen onze teletekst-pagina’s 
    nu al de grootste Travel Section ter wereld, met onmiddellijke reacties voor 
    iedere adverteerder.
    	En dat zal in de toekomst alleen nog maar toenemen...  
    	Vanaf juni 1990 gebruikt Malibu Travel de teletekstpagina’s ook om   
    snel en goedkoop haar tarieven te versturen naar agenten in heel     
    Europa die hiervoor belangstelling hebben. Met een insteekkaart in   
    hun computer kunnen ze teletekstpagina’s ontvangen op de PC en wordt de 
    uitgezonden informatie omgezet in een normaal database-bestand dat uitgeprint 
    kan worden en waarin snel gezocht kan worden.             
    	Het complete tarievenbestand van Malibu Travel kan in 1 minuut 
    zendtijd worden overgestuurd !
    
    
    

Advertentie 1987


    
    
    
    Sprekende en luisterende computers
    
    	De nacht vlucht naar het Westen en het Damrak wordt weer 
    schoongespoten. Junks en zwervers hebben de portieken weer verlaten 
    en het Centraal Station braakt de eerste lading forensen weer uit.          
    Toeristen zitten al op het terras. Amsterdam ontwaakt.        
           
    	Op het kantoor van Malibu Travel zoemen zachtjes de sprekende computers. 
    Zij hebben weer een lange nacht onverstoorbaar hun werk gedaan, 
    zonder rust, zonder pauzes. Vakanties kennen ze niet, een vakbond evenmin. 
    Jaar in, jaar uit, geven ze aan iedereen die het horen wil de goedkoopste 
    vliegtarieven door naar vele bestemmingen buiten Europa. 
    	Onafhankelijk, onpartijdig en onvermoeibaar, dag in, dag uit.
    	
    	Een ongelooflijk knap staaltje van bruikbare high-technology.        
    Omdat de teletekst-pagina’s op Eurosport en Super Channel 24 uur per dag in 
    de lucht zijn, ontstond bij vele kijkers de behoefte om ons   
    ook buiten onze beperkte kantooruren, maandag t/m vrijdag, van 10 uur tot half zes, 
    te kunnen bereiken. 
    	Vanwege de hoge Nederlanse loonkosten was een uitbreiding van de 
    kantooruren met ‘levend personeel’ niet haalbaar. Het leek er op alsof deze 
    vraag niet beantwoord kon worden. Totdat ik geheel onverwachts tijdens een 
    reis naar Californie in oktober 1987 stootte op de software voor de 
    ‘sprekende computer’. 
    
    	Met behulp van deze goedkope standaard-software worden alle functies 
    en mogelijkheden van de telefoon, de computer en de digitale audiorecorder 
    geintegreerd. Er kan een databank van gesproken tekst worden aangelegd 
    waarin de opbellers met de druktoetsen van hun telefoon steeds verder kunnen 
    doordringen, totdat ze uitkomen bij de door hen gewenste informatie. 
    Een gesproken index geeft elke keer 
    de mogelijke keuzes aan. 
    	Eigenlijk dus een soort gesproken Viditel-databank.      
    
    	Ook kan een vraag gesteld worden, waarvan het antwoord wordt 
    opgenomen en wederom een vraag gesteld worden. In dit geval worden de 
    antwoorden bewaard op de harde computerschijf en moeten deze door levende 
    personen worden afgeluisterd en verwerkt. 
    	Deze mogelijkheid gebruikt Malibu Travel al jaren om de gratis 
    computerprijslijst te laten aanvragen en tevens voor de sprekende 
    reserveringscomputer.             
    
    
    

Promotiefolder sprekende computers


    
    
    
    	Gedurende enige tijd had ik ook een gratis nummer, 06-0167, 
    gekoppeld aan 3 sprekende computers waarop klanten hun bestemming, naam, 
    adres en woonplaats konden inspreken. Dit waren de Gorby 1, 2 en 3, als 
    hommage aan de voormalige Secretaris-Generaal van de Sovjet-Unie, die 
    tenslotte ook alles moest noteren, net zoals 
    de Malibu computers.    
    	Toen ik op een zaterdag een advertentie plaatste in De Telegraaf met 
    dit gratis nummer en hierop binnen enkele uren 750 telefoontjes      
    binnen kwamen was ik ook hiervan genezen. 
    Ook in Nederland was Gorby schijnbaar erg geliefd.
    	Indien mensen dag en nacht gratis kunnen bellen voor gratis 
    informatie dan is de drempel voor onze branche echt te laag. 
    De 5 gulden die elke informatiezending mij kost weegt niet op tegen de 
    lage winst per ticket die een discount-reisburo nu eenmaal heeft.               
    	Wellicht kan deze oplossing voor andere branches wel bruikbaar zijn. 
    Het heeft mij altijd verbaasd waarom dit idee nooit door anderen is  
    overgenomen. Het publiek is er defintief rijp voor.
    	Gorbatsjov is geen Secretaris-Generaal meer, en Malibu Travel heeft  
    de Gorby’s omgedoopt in Bianca, Linda en Wanda,als blijk van waardering voor 
    de liefste medewerksters die ik ooit heb gehad. Iedereen die nu gratis 
    informatie wil aanvragen, betaalt de normale telefoonkosten.  
    
    	Sinds juni 1990 gebruikt Malibu een verbeterde (Canadese) versie van 
    de ‘sprekende computer’-software. Met dit programma ‘leest’ de computer de 
    tekst waar hij naar toe geleid wordt. Alle woorden die hij bij het lezen kan 
    tegenkomen, moeten een keer in het geheugen ingesproken worden en dan kan 
    het feest beginnen. 
    	Malibu hoeft bij wijzigingen niet meer alle tarieven opnieuw in te 
    spreken, maar slechts een kopie van het nieuwe tarievenbestand in de 
    sprekende computer te zetten.   
    	Niets inspreken dus. Een keer alle mogelijke woorden intypen en de   
    bijbehorende spraak inspreken, en de computer assembleert volledige  
    zinnen op het moment dat de klant belt, rechtstreeks uit de databank.
    	Vanzelfsprekend kunt u inspreken in elke gewenste taal, dus deze     
    software is ook te gebruiken voor vertaalcomputers.                  
    	Deze software leest zowel databestanden als tekstbestanden.          
    
    	De omzetting van spraak naar tekst verkeert nog in de 
    laboratoriumfase. De knapste computers op dit gebied kunnen het Engels 
    verstaan van 96% van de wereldbevolking, dus lang zal het wel niet meer duren.        
    	Indien de ‘luisterende’ computer een feit is, kan deze gekoppeld     
    worden aan airline-computers en aan sprekende computers. Iedereen kan dan 
    vanaf thuis reserveringen maken met de telefoon, zonder computer, meteen een 
    bevestiging horen of op de fax krijgen,betalen per computer en de tickets 
    zijn onderweg.
    	Het belangrijkste bezwaar van videotekst-systemen, dat de mensen 
    een computer nodig hebben, is dus niet geldig voor audiotekst-systemen.
    	Voorzichting geschat kost de computer die 100 procent van alle spraak 
    herkent en omzet in tekst aan 10 miljoen Europeanen hun baan. 		
    Of de reisburoos dit overleven is een vraag, maar dat Ad Latjes het overleeft 
    is zeker, al is het als computerverkoper...!
    
    	Natuurlijk kan de sprekende computer ook uit zichzelf zonder menselijke 
    tussenkomst op een bepaalde dag en tijd een bepaald telefoonnummer gaan bellen 
    om een boodschap door te geven die vantevoren is ingesproken. Dit kan ook 
    (tussen bepaalde) uren achter elkaar naar duizenden verschillende 
    telefoonnummers met verschillende 
    berichten.       
    	Indien de computer belt om een bericht door te geven, kan dit 
    herhaald worden, een antwoord inspreken, het antwoord eventueel laten 
    herhalen, uitwissen of aanvullen, en de computer belt onmiddellijk naar zijn 
    baas om uw antwoord door te geven met datum en tijd.                 
    	Niet thuis, geen nood, want zoals het een goede electronische slaaf  
    betaamt probeert de computer het opgegeven nummer 16 keer te bellen  
    met instelbare tussenpauzes van maximaal 1 uur.
    
    	Tenslotte kan op de sprekende computer een volledig geautomatiseerde 
    ‘gesproken berichten’-dienst worden opgezet, waarbij aan de abonnees een code 
    wordt gegeven, en de abonnees met elkaar kunnen communiceren d.m.v. het 
    intoetsen van de code van zichzelf, de code van de geadresseerde en het 
    inspreken van de boodschap. 
    	Wanneer de geadresseerde later de computer belt en zijn code intoetst, 
    hoort hij onmiddellijk dat een bericht is binnengekomen, hetgeen hij dan meteen 
    per telefoon kan afluisteren. 
    	Kortom, de sprekende computer heeft onbegrensde 
    mogelijkheden, en betekent een drastische uitbreiding van de service, die 
    Malibu Travel u in de toekomst kan geven.     
    
    
    

Advertentie Algemeen Dagblad 31 december 1989


    
    
    
    Gratis telefoonnummers
    
    	Januari 1985. Tijdens de PTT-nieuwjaarstoespraak werd aangekondigd 
    dat in Nederland, in navolging van Amerika,ook gratis telefoonnummers zouden 
    worden geintroduceerd. 
    Ook zouden tussen diverse landen gratis lijnen geopend kunnen worden.
    	Aangezien de dollar op dat moment bijna 4 gulden stond, leek mij een 
    gratis nummer van de USA naar Amsterdam wel wat.                     
    	En dus werd op 4 februari 1985 het eerste gratis 800-nummer van      
    Amerika naar Europa geopend, 800-626 4280.                             
    	Maar wat waren interessante prijzen om mee te adverteren ?           
    Na veel gereken en prijsvergelijkingen had ik een lijstje bestemmin- 
    gen samengesteld dat het wel zou kunnen gaan maken. Een een-
    koloms-inch-advertentie in de New York Times van 263 dollar was
    de testcase.
    	Vanaf half februari 1985 zat ik vele zondagen op kantoor omdat de    
    travel sections van de Amerikaanse dagbladen op zondag verschijnen.  
    Honderden telefoontjes ontving ik. Van Connecticut tot Californie. 
    Van alle nationaliteiten en alle rassen die Amerika bevolkten.       
    
    	De populairste prijs was New York - Bombay met Air India die ik 300
    dollar goedkoper verkocht dan Amerikaanse reisburoos. Air India in   
    Amsterdam schreef twee tickets uit, een voor New York - Londen retour, een 
    voor Amsterdam - Londen - Bombay retour. Uit het laatste ticket werd 
    Amsterdam - Londen gescheurd en nooit gebruikt.
    	Naar mijn gevoel heb ik toentertijd elke Indier aan de lijn gehad die
    de afgelopen vijftig jaar naar Amerika was geemigreerd.              
    	Het enige nadeel was dat Indiers zo langzaam praten en ik 4,75 gulden 
    per minuut aan de PTT moest betalen.                                 
    	Maar de winstmarge van 800 gulden per ticket maakte veel goed, hoewel 
    niet alles want vanaf het begin zakte de dollar, moest ik dus steeds meer 
    dollars vragen en werden de boekingen minder.               
    	Vooral toen we met de slogan ‘Book by satellite, pay by plastic’ ook 
    nog gingen adverteren in de Washington Post, Miami Herald, Chicago   
    Tribune, Los Angeles Times en vele andere kranten, liep het helemaal
    de spuigaten uit. 
    
    	De PTT die van de hele operatie minutieuze statistieken bijhield,liet
    weten dat in juli 1985 slechts 3 procent van het aantal oproeppogin- 
    gen door kwam. Van de 100 mensen die in Amerika ons nummer draaiden, kregen 
    97 geen verbinding omdat de lijn bezet was of omdat we niet opnamen wegens 
    gesloten kantoor. Dit laatste ondanks het feit dat in advertenties stond 
    vermeld alleen te bellen van 4 uur ‘s nachts tot 
    12 uur ‘s middags New York tijd, hetgeen in Nederland 6 uur later is.   
    
    	Ook werd geadverteerd in Amerikaanse vakbladen en chartergidsen.     
    Maar hiervan kwam ik snel terug. Als je iets vertelde tegen een    
    Amerikaanse passagier nam deze dat direkt aan. 
    	Reisburoos beschouwen zich echter als experts en denken het altijd 
    beter te weten. Dus was je altijd meer tijd kwijt om ze te overtuigen dat 
    zij op discountgebied echt geen expert waren, hoe sneu dit ook voor hen was.        
    	Je hoorde zo af en toe het oceaanwater borrelen van het gemorrel aan 
    de overkant van de plas en ik denk dat af en toe ook de satelliet    
    wenste dat hij er nooit aan begonnen was.                            
     
    	Vaak stuurden we tickets per koerier naar Los Angeles, die wij op 
    ons beurt weer per koerier ontvingen van onze agenten in Singapore, Hong Kong, 
    Australie of Europa. De wereld leek een groot dorp te zijn.    
    Door Amerikaanse reisagenten wordt ons 800-nummer met Amerika nog regelmatig 
    aangehaald als toppunt van telemarketing. 
    	Een produkt rechtstreeks verkopen aan een consument op 9000 km afstand 
    op een ander continent. Kunt u het zich voorstellen dat u een ticket van 
    Amsterdam naar Rio de Janeiro koopt, rechtstreeks bij een reisagent in Bangkok, 
    zonder tussenkomst van een Nederlandse agent?            
    	Om een consument naast de deur te bewegen bij jou te boeken, is geen 
    kunst. Wel een consument die 6 a 9 duizend kilometer verderop woont. 
    	Elke boeking van een rechtstreekse klant uit Amerika gaf me toenter- 
    tijd een kick.  Aan de ene kant een absurditeit dat zij bij ons      
    boekten. Aan de andere kant een bewijs van een sterke advertentie,   
    een betrouwbaar imago en een goede prijs. En de klanten reageerden   
    alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Een ijzersterk bewijs
    hoe drempelverlagend een gratis nummer kan werken.                   
    
    	Ook heeft Malibu Travel in 1985 nog gratis nummers gehad vanuit 
    West-Duitsland en Engeland naar Amsterdam.
    	Maar van alle redenen om er mee te stoppen was de ‘vervuiling’ het   
    ergste. Zodra de mensen beseften dat ze echt ‘live’ verbonden werden 
    vanuit de USA, Engeland of Duitsland met Amsterdam, begon men voor alles te 
    bellen behalve voor vluchten. Over het weer in Europa, de   
    de trein Londen-Parijs, hotelkamers in Athene etc etc.               
    	En dat allemaal a 4,75 per minuut op onze kosten....                 
    Voor Amerika kwam er nog de dalende dollar bij en eind 1985 zijn alle
    gratis nummers opgeheven wegens te grote populariteit.               
    	Een hele ervaring rijker en 15.000 gulden armer.
    
    
    

Adverteren in de USA en Zweden


Artikel in Travel Agent Magazine, USA


    
    
    
    Fax
    
    	In september 1980 werd mij als troetelkind van de PTT de eer gegund 
    dat de officiele opening van de PTT-telefax-dienst werd geopend op mijn kantoor 
    in Tilburg. Met een fax vanuit Tilburg naar het kantoor  in de Leidsestraat was 
    de introductie van de fax in Nederland officieel een feit.
    	Het PTT-troetelkind was ik onbewust geworden vanwege de pioniersrol die 
    ik vervulde in het PTT-Viditel-project.
    	Tien jaar later is de fax niet meer weg te denken uit de kantoren in 
    Nederland. Malibu Travel heeft op dit moment 3 faxen, 1 voor binnen- 
    komend verkeer, 1 voor uitgaand verkeer en 1 faxkaart in de PC.      
    
    	Met deze laatste wordt het hele netwerk van 200 agenten in 75 landen 
    van European Travel Network bestierd. Berichten voor bepaalde groepen van 
    agenten (inkomende agenten, ticketing agenten, in Europa, in Amerika etc.) 
    worden ingetikt op de computer, en de computer gaat op het aangegeven tijdstip 
    automatisch alle opgegeven faxnummers bellen, om het bericht door te geven. 
    Meestal ‘s nachts vanwege de lagere kosten en de betere bereikbaarheid. 
    	Zonder deze faxcomputer zou de communicatie met de leden veel meer 
    tijd kosten en waarschijnlijk niet bestaan op een dergelijke 
    intensieve wijze.                            
    	Aangezien ik er van uitga dat een mens niets hoeft te doen wat een   
    computer sneller en beter kan, is tegenwoordig de sprekende computer 
    gekoppeld aan de faxkaart. Klanten kunnen nu dag en nacht naar de    
    computer bellen, intoetsen over welke bestemming ze informatie willen, en 
    de computer vraagt hen hoe ze de informatie willen ontvangen: voorlezen door 
    de telefoon of per fax toegestuurd. Kiezen ze voor
    toezending per fax, dan dient het faxnummer ingetoetst te worden en
    volledig automatisch wordt hen dan een tarievenlijst toegefaxt.
    
    
    

Mededelingenblad PTT Den Bosch September 1980


Mededelingenblad PTT Den Bosch September 1980


    
    
    
    Eurosport teletekst pagina 169
    
    	Ik zal het niemand kwalijk nemen als zij hierboven lezen over bruik-
    bare nieuwe technologieen en zich dan afvragen waarom hieraan zo weinig 
    ruchtbaarheid wordt gegeven. De weinige publiciteit zou kunnen duiden op 
    onbetaalbare prijzen, maar niets is minder waar. Alle bovengenoemde software 
    bij elkaar kost niet meer dan 10.000 gulden, dus bereikbaar voor vele zaken 
    en bedrijven.
    	De weinige ruchtbaarheid over deze technologieen heeft andere oorzaken.
    	Ten eerste heeft de wereld meer knappe techneuten dan knappe verkopers. 
    Ze kunnen van alles uitvinden, maar als geen aandacht wordt besteed aan het 
    verkopen ervan, dan houdt alles op.
    Juist door de lage prijzen is de verkoop ook niet zo interessant.
    Er wordt relatief te weinig aan verdiend en er is te veel nazorg vereist.
    	Tenslotte zijn ook de fabrikanten van beeldschermen, computers en 
    toetsenborden er niet kapot van, dat hun produkten worden vervangen door de 
    simpele telefoon die iedereen al heeft.
    	
    	Als bijdrage tot de verspreiding van kennis over nieuwe technologieen 
    heeft European Travel Network op Eurosport teletekst pagina 169 alle mogelijke 
    informatie hierover verzameld. De meest 
    fantastische Rond-de-Wereld routes worden om en om gepresenteerd met de meest 
    ongelooflijke technologieen. Het toppunt van reizen gecombineerd met het 
    toppunt van technologie.
    
    
    
    Vrouwelijk personeel
    
    	Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid al bijna 20 jaar uitsluitend
    vrouwelijk personeel te hebben. Hieruit mag geconcludeerd worden dat het me 
    uitstekend bevalt. Ik vind het prettig om de hele dag alleen maar lieve jonge 
    vrouwen om me heen te hebben, en ze in de loop der tijd te zien veranderen 
    van nietswetende schoolverlaters in perfecte vakvrouwen.        
    	Het heeft me al heel wat overuren gekost om ze allemaal in te wijden 
    in de geheimen van de internationale discountwereld.                             
    	Vanwege de eenvoudige organisatiestructuur van de meeste reisburoos, 
    is er nauwelijks getrap naar beneden en geslijm naar boven.
    Dit komt de sfeer zeer ten goede. 
    	Ondanks de voortschrijdende emancipatie hebben klanten nog steeds 
    meer respect voor een vrouw die kennis van zaken heeft, dan voor een man die 
    hetzelfde weet. En dat het personeel kennis van tarieven heeft is mijn 
    belangrijkste taak. Soms wel moeilijk om een lieve, mooie vrouw duidelijk te 
    maken dat het anders moet, maar meestal lukt het wel ze te overtuigen.
    	Ook heb ik het gevoel, terecht of niet, dat vrouwen loyaler zijn.
    Juist in de maanden voorafgaand aan het faillisement in 1981, heb ik veel 
    steun gehad aan de ‘Schatjes van Latjes’. Een man had waarschijnlijk in die 
    tijd eerder aan zijn carriere gedacht en was vertrokken.
    Jonge vrouwen kunnen het zich waarschijnlijk permitteren zich op zo’n moment 
    minder druk te maken over de toekomst en meer menselijke steun te geven.
    	Ook zal voor hen toen meegespeeld hebben dat ze zich zeer bewust 
    waren te werken voor een uniek reisburo. 
    
    
    

De Schatjes van Latjes in 1981


    
    
    
    Publiciteit, reklame en marketing
    
    	Op zichzelf is de plaats waar men een reis boekt van ondergeschikt 
    belang. Dit is ‘low-interest’ voor het grote publiek, zoals marketingmensen 
    het zo mooi uitdrukken. Dit is in principe het noodlot van alle bemiddelaars 
    en geldt o.a. ook voor makelaars, verzekeringsagenten en reklameburoos. 
    Op verjaardagen, feesten en partijen wordt wel verteld dat men een huis 
    heeft gekocht, dat men adverteert en dat een reis is geboekt, maar via wie 
    dat is gedaan komt nauwelijks ter sprake. 
    	Tenzij men de reis heeft geboekt bij Ad Latjes. Dan moet het er altijd 
    even worden bijverteld. Vroeger gebeurde dit al en anno 1990 nog steeds. 
    Dat het gebeurt ervaar ik op zich als een compliment en als bewijs dat we 
    hebben kunnen uitstijgen boven de grijze en kleurloze massa reisburoos.
    	Waarom het gebeurt is moeilijk te beantwoorden en waarschijnlijk 
    afhankelijk van meerdere factoren. Ten eerste is daar de consequente
    specialisatie: alleen goedkope tickets in de toeristenklasse en alleen naar 
    de bestemmingen buiten Europa en buiten het Middellandse Zeegebied.        
    Liever van weinig alles weten, dan van een heleboel een beetje.
    	Ook waren we in 1972 de eersten die adverteerden met gebruik van het 
    prijswapen. Net zoals nu, waren onze advertenties simpele mededelingen met 
    een opsomming van de goedkoopste prijzen naar de diverse bestemmingen. 
    De massa begon zich te realiseren dat vliegen niet meer beperkt was voor 
    alleen de elite. Ook de gevestigde reiswereld moest toen op zoek naar 
    goedkopere tarieven om geen klanten te verliezen, zeker toen op een 
    gegeven moment in 1979 de discount-tarieven meer bekend werden dan de 
    officiele IATA-tarieven.
    
    	Het is een ironie van het lot dat het in 1981 juist de reiswereld 
    was die om het hardst riep dat ik een oplichter was. Terwijl zij zelf jarenlang
    honderdduizenden passagiers honderden miljoenen guldens te veel had berekend. 
    Ook in 1990 zullen nog tienduizenden passagiers meer betalen voor hun ticket 
    dan strict nodig is, wegens onkunde of onwetendheid van de reisburoos.
    	Het strak vasthouden aan onze principes: alleen goedkope tarieven en 
    alleen simpele reclame, met de reaktie daarop van de reiswereld en een 
    toevloed van passagiers, was voor de pers een goede reden om in 1980 in hoog 
    tempo te beginnen met het schrijven van verhalen over het fenomeen 
    ‘discounttarieven’.
    
    	 Geen enkele zakenman zegt nee tegen gratis positieve reclame, dus ik 
    liet deze belangstelling graag over me heen gaan, echter nooit zelf zoekend 
    naar journalisten die iets wilden schrijven.
    	Het hoogtepunt vormde een groot artikel in het Algemeen Dagblad in 
    1981 dat termen gebruikte als ‘wonderboy’ en de ‘American Dream in Holland’.
    Woorden die het leuk doen in een mooi verhaal, maar voor mij toch te ver weg 
    stonden van de harde dagelijkse werkelijkheid.    
    In die tijd was het onbestaanbaar dat er iets negatiefs geschreven zou
    worden over Ad Latjes, net zoals na het faillisement niets positiefs mocht 
    worden geschreven. 
    
    	Het nadeel van de hallelujah-verhalen was echter dat het faillisement 
    overmatig in de publiciteit belicht is geworden. Maar wat is in Holland leuker 
    dan een hoge boom te zien omgaan....
    	Gelukkig was ik er al vroeg achter dat publiciteit weinig meer 
    oplevert dan wat extra klanten. Ook na het prachtige verhaal in het AD moest 
    ik in de Tilburgse cafees gewoon blijven afrekenen. 
    Zelfs een gratis drankje leverde het niet op. 
    Omgekeerd hoefde ik ook niets extra te betalen toen er negatieve verhalen 
    werden geschreven.
    
    	Anno 1990 mogen journalisten schrijven wat ze willen, zo lang ze de
    waarheid maar niet al te hard verkrachten. Het is niet zo belangrijk wat ze 
    schrijven, als ze maar schrijven. De persvrijheid is een te belangrijk goed 
    om beperkt te mogen worden.
    	Het is logisch dat Malibu Travel profiteert van de vroegere ervaringen 
    met publiciteit en reklame. Malibu schuwt er niet voor om door middel van 
    publiciteit politieke veranderingen te bewerkstelligen in de luchtvaartwereld 
    en een bijdrage te leveren tot de liberalisatie van de tarieven. 
    
    Rondom de beide korte gedingen tegen KLM was de publiciteit zo intens dat de 
    KLM-aandelen tot twee maal toe 15 procent in waarde daalden.
    	Het is uitsluitend aan de vele publiciteit te danken dat Ghanese 
    KLM-passagiers nu weer mogen opstappen in Amsterdam in plaats van Londen. 
    Soms wordt met publicitaire middelen meer bereikt dan met juridische !
    
    	In het begin van Malibu Travel was de toegang tot de Nederlandse markt 
    moeilijk vanwege alle negatieve publiciteit in de voorgaande jaren. 
    Daarom heeft Malibu zich vanaf het begin meer gericht op de Europese markt 
    dan op de Nederlandse markt. Eerst via advertenties in Duitse, Engelse en 
    Zweedse kranten, later via de teletekst van Europese satelliet-TV-stations 
    en via de Europese satelliet-radio. 
    Dit was achteraf een geluk bij een ongeluk omdat Malibu Travel aan Nederlandse 
    passagiers van KLM geen importtickets kon verkopen, tickets waaraan het meeste 
    wordt verdiend.
    	Deze ‘gedwongen’ Europese gerichtheid heeft van Malibu Travel anno 
    1990 het meest Europese reisburo gemaakt van Nederland,en waarschijnlijk van Europa. 
    Geen ander reisburo heeft procentueel zoveel buitenlanders als klant, en ontvangt 
    zo veel boekingen van klanten uit het buitenland.
    
    
    

Ad Latjes is Gek advertentie 1988


    
    
    
    Credit cards
    
    	Amerikanen en andere ingewijden zullen beamen dat het Amerikaanse 
    banksysteem niet van deze eeuw is. Aan de overkant van de plas sturen ze 
    elkaar nog steeds cheques over en weer, wegens het ontbreken van een giraal 
    betalingssysteem.
    	In die omstandigheden was de introductie van de credit card een 
    uitkomst, eind jaren veertig. In Europa met zijn modern betalings-
    verkeer is de credit card echter een ongenode gast. 
    	Laten de Europese banken zich meer concentreren op de verbreiding van 
    de Eurochequepas met pincode, zodat die spoedig overal in Europa en de wereld 
    gebruikt kan worden. 
    	Ik heb niets tegen plastic kaarten, maar wel tegen een kaart waarvoor 
    de accepterende zaak 3 tot 7 procent moet afstaan aan de credit cardmaatschappij. 
    
    
    
    Nederlandse faillisementswet
    
    	De Nederlandse Staat eigent zich wel het recht toe om van elke 
    verdiende gulden, veertig cent in te pikken, maar zij erkent niet de plicht om 
    bedrijven in moeilijkheden (tijdelijk) te helpen.
    	Aan natuurlijke personen wordt wel steun verleend in geval van problemen, 
    zoals WW en WAO, maar voor bedrijven kent men dergelijke regelingen niet. 
    	Zelfs in de Verenigde Staten, over het algemeen toch geen voorbeeld van 
    een sociale verzorgingsstaat, heeft men een betere faillisementswet dan in Nederland. 
    Bedrijven in moeilijkheden hebben daar de kans om gedurende een bepaalde tijd orde 
    op zaken te stellen, zonder last te hebben van de schuldeisers. 
    Deze regeling moet toch ook minimaal in Nederland kunnen worden overgenomen.
    	
    	Het bedrag aan WW-uitkeringen na mijn faillisement in 1981, is vele malen 
    groter dan het bedrag waarmee dit faillisement voorkomen had kunnen worden. 
    	Als we ervan uitgaan dat het gemiddelde personeelslid na een 
    faillisement 6 maanden WW-uitkering krijgt, zou voorgesteld kunnen worden om de 
    te verwachte WW-uitkeringen te gebruiken voor het afwenden van het faillisement. 
    Vanzelfsprekend onder verantwoordelijkheid van een bewindvoerder en op basis 
    van een nieuw levensvatbaar bedrijfsplan. Dit zou een recht moeten worden en geen gunst. 			
    Misschien het overdenken waard.  
    
    
    

Adverteren in de Europese reisvakbladen


    
    
    
    EUROPEAN TRAVEL NETWORK 
    
    	Vanaf 1972 importeerde ik al tickets uit het buitenland. Eerst alleen uit 
    Engeland, later ook uit Belgie, Amerika, Zwitserland, Singapore en vele andere landen. 
    Met de diverse agenten had ik alleen contact op beurzen, telefonisch en als we 
    elkaar opzochten. 
    Het was niet erg gestructureerd en nooit met meerdere agenten tegelijk. 
    Schijnbaar was dit andere agenten ook opgevallen, en het was ook niet verwonderlijk 
    dat tijdens de grootste reisbeurs ter wereld, de ITB in Berlijn, in 1986 het idee 
    ontstond, om een vergadering te organiseren waarvoor we alle agenten die we kenden 
    zouden uitnodigen.  
    We, dat waren een Zwitserse agent, een Duitse, een uit Californie en ikzelf. 
    	
    	Zo gezegd, zo gedaan. Malibu Travel zou de eerste vergadering 
    organiseren in Amsterdam. Iedereen zou me namen en adressen van
    agenten toespelen die ik zou uitnodigen. Wat een heidens karwei.
    
    Ten eerste moest ik uiteindelijk zelf de meeste agenten uitnodigen, want de anderen 
    bleken toch niet zoveel relaties te hebben als ze eerder beweerd hadden. 
    Iedereen die ik de afgelopen 15 jaar had leren 
    kennen, waar ter wereld dan ook, werd uitgenodigd.
    
    Ten tweede geloofden de meesten die werden uitgenodigd niet dat het me zou lukken 
    alle discount-boys uit de hele wereld om een tafel te krijgen. Daarvoor werden ze 
    toch allemaal te veel als individualisten beschouwd en te veel als buitenbeentjes. 
    Ik moest continu iedereen ervan overtuigen dat ze echt moesten komen en dat ze 
    niet de enigen zouden zijn in Amsterdam. Komt Jantje ook, ja ja, Jantje komt ook, 
    dus kom jij nu ook maar, etc. etc. Talloze telefoontjes.
    	
    	Handen vol geld had het organiseren van de eerste vergadering gekost, maar 
    het resultaat was er dan ook naar. Eind april 1986 kwamen 45 personen uit 27 landen 
    in Amsterdam bijeen om discount-tarieven uit de hele wereld te bespreken.  
    Ze kwamen uit Australie, Azie, Europa en Amerika. De sfeer was vanaf het eerste 
    moment uniek. Uit de openhartigheid en de manier van discussieren zou men kunnen 
    denken dat de jongens elkaar al jarenlang kenden. Niets was minder waar. 
    De meesten hadden elkaar nog nooit eerder ontmoet, maar waarschijnlijk creeerde het
    werken in dezelfde handel, het verkopen van discount-tickets, een onzichtbare
    band van vertrouwen.
    
    	De prijzen die we tijdens de eerste vergadering hoorden waren een 
    regelrechte sensatie en een openbaring voor de meesten van ons. 
    	Vanaf het allereerste moment drong het tot iedereen door dat het 
    niet bij deze eerste vergadering zou blijven, dat er meer moesten 
    volgen.
    	
    	Vanaf dat moment begon een kiem van hebzucht te groeien.
    Want omdat iedereen zich de belangrijkheid van dergelijke conferenties terdege 
    realiseerde, kwamen er meteen vragen zoals 'wie mogen op de volgende vergaderingen 
    komen, wie bepaalt of mijn concurrenten ook uitgenodigd worden en tot hoeveel 
    personen moeten we de conferentie beperken'. Op zich vragen die begrijpelijk 
    zijn en waarover een heleboel discussie mogelijk is, maar die ook sluimerende 
    onvrede tot gevolg hebben.
    
    	Tijdens de tweede vergadering in Brighton,Engeland in november 1986, was 
    voor mij de maat vol. Onder leiding van mijn twee mede-organisatoren uit Zurich 
    en San Francisco, besliste de vergadering dat aan de agent uit Zurich het 
    exclusieve recht werd toegekend te bepalen wie wel en wie niet mocht komen. 
    Een recht dat ik mezelf niet eens wilde toekennen, ondanks het feit dat 
    60 percent van de aanwezigen door mij persoonlijk was geintroduceerd voor deze 
    conferentie. De Brighton-conferentie besliste dat de april 1987-conferentie in 
    Singapore zou plaats vinden, en ikzelf besliste om in Amsterdam in hetzelfde 
    weekend een nieuwe vergadering te organiseren met nieuwe agenten en met de 
    besten uit de eerste twee vergaderingen.
    	
    	In januari 1987 bleek dat de meeste agenten naar de conferentie in
    Amsterdam zouden komen, ook al vanwege een aantal nieuwe agenten dat nog geen 
    eerdere conferentie had bezocht. Bovendien realiseerden velen zich pas na de 
    Brighton-conferentie waarvoor ze eigenlijk hadden gestemd, namelijk voor het 
    geven van een vetorecht aan een agent.
    	Uit het kleine aantal aanmeldingen begreep de agent in Singapore dat 
    zijn vergadering in april 1987 geen succes zou worden. Aangezien hij het 
    achteraf ook niet eens was met de genomen beslissing, belde hij me op, stelde 
    voor de miskleun in Brighton te vergeten, iedereen het recht te geven nieuwe 
    agenten voor Singapore uit te nodigen, en aan niemand een vetorecht te geven.
    Ik kon hiermee akkoord gaan en ik liet alle agenten weten dat de Amsterdamse 
    vergadering was verplaatst naar Singapore. 
    
    
    
    Fuhrer
    
    	De Zwitserse agent, ondertussen Fuhrer gedoopt, was furieus toen hij 
    hoorde van deze paleisrevolutie. Onmiddellijk organiseerde hij een nieuwe 
    vergadering in Singapore, een week eerder dan onze vergadering en zonder 
    medewerking van onze Singapore-agent. 
    Hiervoor stuurde hij uitnodigingen naar de meeste agenten die een week later 
    naar Singapore zouden komen.
    	
    	Sommige slapjanussen wisten niet voor welke vergadering te kiezen, 
    en gingen naar allebei. Ze hadden echter niet op de Fuhrer gerekend.
    Zaterdagochtend om negen uur werd gevraagd wie ook een week later naar de 
    vergadering van die Hollander zou gaan. 
    	Iedereen die toen een vinger opstak, ongeveer de helft, werd 
    gesommeeerd de zaal te verlaten. De sufferds moesten een week 
    wachten alvorens ze wel aan een tarievenconferentie mochten deelnemen......
    	
    	Tijdens deze vergadering werd officieel de ASFA opgericht, de Association 
    of Special Fare Agencies. De Singapore agent werd vanwege zijn leeftijd gekozen 
    tot president van de associatie, en ikzelf vice-president. Een functie waar ik 
    op zichzelf vrede mee had. 
    
    Na volgende conferenties in Dublin en Los Angeles werd in november 1988 de 
    conferentie gehouden in Londen. Tot dat moment was uitsluitend gesproken over 
    het uitwisselen van goedkope vliegtarieven en over een computer-programma om 
    deze tarieven gemakkelijker te kunnen uitwisselen tussen de aangesloten agenten. 
    In opdracht van ASFA was de Zuidafrikaanse agent aan de slag gegaan om een
    programma te ontwikkelen, maar nadat hij er de brui aan had gegeven was de 
    ontwikkeling voortgezet door een Deens softwarehuis. 
    Deze jongens presenteerden op de Londense conferentie hun nieuwe programma. 
    Na een demonstratie was iedereen het erover eens dat het programma uitstekend was. 
    Er werd gestemd en 100 procent van de stemmen was ervoor dit programma te 
    gebruiken als officieel tarieven-uitwisselingsprogramma van ASFA. 
    	
    	Op mijn aandringen werd er ook gestemd wie het programma zou kopen. 
    Hiervoor stemde slechts 40 procent. Voor een programma van slechts 500 dollar, 
    dat uitstekend dienst zou kunnen doen. 
    	Toen ik enkele maanden hierna ook nog hoorde dat uiteindelijk slechts 
    10 procent het programma had betaald, was het voor mij duidelijk. 
    Met dit soort agenten kon ik geen oorlog winnen, en discount Ìs oorlog, oorlog 
    tegen gevestigde belangen en oorlog tegen de conservatieve krachten die de 
    vliegtarieven absurd hoog willen houden.
    	
    	Reeds voor de Londense conferentie had zich een zekere onvrede van mij 
    meester gemaakt over het functioneren van ASFA. Als we tweemaal per jaar met 
    zoveel intelligente agenten uit zoveel landen rondom een tafel zitten, kunnen 
    we waarachtig meer doen dan alleen maar tariefjes uitwisselen. 
    Herhaalde malen had ik reeds geopperd om meer samen te doen, gezamenlijk te 
    adverteren, een travel card uit te geven en naar de maatschappijen toe als 
    wereldwijde marketingorganisatie op te treden. Hiernaar was altijd welwillend 
    geluisterd, maar ik was te snel, we konden niet alles tegelijk doen etc.
    
    	Na de Londen-conferentie was het voor mij duidelijk. Ik moest iets 
    anders doen. ASFA-agenten ervan overtuigen dat we onze kracht beter
    moesten gebruiken zou te veel energie en tijd van me vergen. 
    Het zou jaren duren, en als dan zou blijken dat mijn ideeen werkten, dan zou 
    iedereen op de lopende trein springen, ervan meeprofiteren terwijl ikzelf alle 
    investeringen in tijd en geld had gedaan met alle risico’s van dien. 
    Bovendien had ik geen controle over ASFA, want dit was een vereniging 
    naar Engels recht. 
    
    
    
    Driemaal is scheepsrecht
    
    	European Travel Network werd geboren....
    Een stichting naar Nederlands recht, die zich ten doel stelt het
    samenwerken tussen (Europese) agenten te bevorderen en allerlei
    activiteiten te organiseren voor haar leden.
    	
    	Hoewel de naam en de kleuren Europees zijn, werden vanaf het begin ook 
    niet-Europese agenten betrokken bij de activiteiten. 
    Op elke ETN-conferentie vragen de Amerikaanse agenten om de naam te veranderen 
    in een meer globale naam. Misschien dat de naam niet-Europeanen niet zo aanspreekt, 
    maar Europeanen daarentegen zullen zich meer kunnen identificeren met de naam en 
    het gebruik van de sterren en de kleuren blauw en geel.
    
    	Het wordt na eeuwen van verdeeldheid tijd dat Europeanen zich meer bewust 
    gaan worden van hun Europeaan-zijn. Europeanen mogen best wel wat chauvinistischer 
    worden dan ze nu zijn. 
    Trots zijn op hun historie en cultuur.
    
    	Ik ben altijd een beetje jaloers als ik in Amerika zie hoe trots vele 
    Amerikanen zijn op hun Amerikaan-zijn. Op diverse plaatsen, zoals in Disneyworld 
    (de film ‘America the Beautiful, het Amerikaanse paviljoen in Epcot) en in het 
    Capitool te Washington krijg ik kippevel als ik de Amerikanen hun gevoelens en 
    trots hoor uiten over de verworvenheden van het Amerikaanse volk. 
    Geen gevoelens om als buitenstaander bang voor te zijn, maar gepaste gevoelens 
    van respect voor hun vaderland en voorouders. 
    
    	Het zou de Europeanen sieren indien zij op eenzelfde waardige wijze hun 
    Europeaan-zijn zouden beleven. 
    
    	In tegenstelling tot de Amerikaanse ETN-agenten, reageert de Amerikaanse 
    consument heel enthousiast op het Europese imago van de ‘travel card’ die aan de 
    houders over de gehele wereld korting oplevert bij hotels, inkomende tour-operators, 
    winkels etc. Na recente publicaties in de Amerikaanse Consumenten Reisgids en in 
    diverse Amerikaanse reisbladen over European Travel Network, ontvingen we honderden 
    informatieaanvragen.               
    
    	Rijke Amerikanen kopen een Europese auto, drinken Europese wijn en gebruiken 
    Europese parfum. Europa staat in Amerika voor kwaliteit, cultuur en historie. 
    En voor Amerikanen die helemaal gek zijn op plastic kaarten, is een Europese travel 
    card dan ook een absolute must, ongeacht wat hij kost en mooi meegenomen als je er 
    nog iets mee kunt doen. Naast de conferenties tweemaal per jaar en het uitgeven van 
    de travel card, organiseert ETN vele andere activiteiten. 
    
    	De Europese ETN-agenten adverteren gezamenlijk op de teletekstpagina’s van 
    Super Channel en Eurosport, in het nieuwe Europese weekblad The European en met de 
    Amerikaanse ETN-agenten samen in de International Herald Tribune.
    
    	Bovendien is een wereldwijde uitwisseling van personeel op gang gekomen en 
    gaan de inkomende ETN-agenten in de diverse landen programma’s maken die via 
    ETN-agenten in Europa en Amerika verkocht worden.
    
    Begin 1991 beginnen de eerste opnamen van de nieuwe TV-serie 
    ‘Round the World in 30 minutes’ die uitgezonden wordt door kabelstations in Europa 
    en Noord Amerika met een maximaal bereik van 100 miljoen personen. 
    
    Bovendien wordt gepoogd om alle ETN-agenten hetzelfde luchtvaartreserveringssysteem 
    te laten gebruiken, teneinde een lagere prijs te bedingen en goedkoper onderling 
    te kunnen communiceren. 
    Met een totale ETN-omzet van 1 miljard dollar is het makkelijker praten dan als eenling. 
    	
    	Hoe de ETN er over 5 jaar uitziet is niet in te schatten. Waarschijnlijk
    ook niet te vergelijken met het prille begin van nu. Vele agenten hebben terecht 
    hooggespannen verwachtingen. De euforie rond Europa 1992 moet nog beginnen, dus 
    alles is nog mogelijk. 
    
    	Een ‘think tank’ van de George Washington University in Washington D.C. 
    heeft echter nu al een officieel verzoek gericht aan ETN om  onze mening kenbaar 
    te maken over de ontwikkeling en toekomst van de onafhankelijke reisburoos, teneinde 
    een rapport samen te stellen over de komende onwikkelingen in het wereldtoerisme. 
    Een ‘report’ dat in 1991 officieel wordt aangeboden aan de Verenigde Naties en de 
    Europese Gemeenschap. 
    	ETN heeft haar eerste schreden gezet op de weg naar een leidende rol in 
    het Europa van na 1992. Een Europese natie die weldra de wereld zal leiden naar 
    een samenleving met vrede, welvaart en gerechtigheid voor iedereen.
    
    
    

Artikel over ETN Card in Consumers Report Travel Letter, USA, Januari 1990


Conde Nast Traveller, USA, Juni 1990


    
    
    
    Reisindrukken
    
    
    Greyhound 1971
    
    	Met begrijpelijke tegenzin stapte ik donderdagavond om 6 uur in Los  
    Angeles in de Greyhound-bus die me naar New York zou brengen. 
    	72 uur lang zou dit gevaarte mijn thuis zijn. Dag en nacht voortdenderend, 
    over bergen en prairies, langs duizenden benzinepompen en door 23 staten, zouden 
    12 chauffeurs me naar de ‘Big Apple’ brengen. 		
    Slapen was nauwelijks mogelijk, omdat er geen slaapstoelen aan boord waren, maar 
    keiharde banken.
    Maar op zo’n reis leer je al snel dat na 100 keer uitbundig gapen alle slaap over is.                                  
    
    
    Israel 1975
    
    	Toen Clasien en ik het King David Hotel binnen kwamen, stond de General 
    Manager ons op te wachten. Hij had een prachtige suite voor ons gereserveerd met 
    uitzicht op de oude stad, met een overvloed aan verse bloemen en een heerlijke 
    fruitschaal. 
    Blijkbaar had de telex die ik vanuit Nederland had gestuurd om mijn komst aan 
    te kondigen, hier veel indruk gemaakt.
     
    	Bij avondschemering de eeuwige stad Jeruzalem binnen wandelen is ongeveer 
    het meest emotionele reismoment dat een mens kan meemaken. Als ik dit vijftien 
    jaar later opschrijf, krijg ik er nog kippevel van.  
    
    Over Jeruzalem praten zonder emotioneel te worden is nog steeds onmogelijk voor me. 
    Nergens ter wereld voel je de geschiedenis zo door de muren beuken als binnen de 
    oude stadsmuren van Jeruzalem. 		
    De straatstenen trillen nog na van de stappen der Romeinen, Perzen en andere 
    veroveraars die er gelopen hebben. 
    In de Via Dolorosa hoor je de menigte nog schreeuwen om de kruisiging van Jezus.
                       
    	Joden bidden nacht en nacht bij de Klaagmuur, hun enige houvast in   
    2000 jaar diaspora. Alleen al het feit dat het joodse volk uit het   
    verlangen naar zijn stad Jeruzalem, duizenden jaren de kracht heeft  
    geput om te streven naar een eigen joodse staat, maakt deze stad on- 
    vergelijkbaar met elke andere. Lopend door de oude straten begin je  
    te beseffen waarom ze hier 20 eeuwen naar hebben verlangd. 
    
    	Voor buitenlandse bezoekers is toegang tot Jeruzalem beter 
    gewaarborgd door de democratische staat Israel dan door de meeste van 
    de Arabische Moslim-dictaturen. Het zou een grote politieke blunder van 
    Israel zijn, indien controle over Jeruzalem wordt ingeruild voor vrede
    met Arabische dictators.  Dictators verdwijnen vanzelf maar de stad
    Jeruzalem zal nog eeuwig blijven bestaan.
    
    
    Martinair 1989
    
    	Onder ons strekt de oceaan zich uit tot achter de horizon. Buiten    
    vriest het 50 graden. De Shetland Eilanden, IJsland en Groenland zijn 
    we al gepasseerd en op het moment dat we het Canadese luchtruim binnen vliegen 
    wordt omgeroepen dat de non-stop vlucht naar Florida een tussenlanding moet 
    maken in Montreal wegens overvolle toiletten. 
    		
    Als excuus wordt aangevoerd dat het vliegtuig de dag ervoor moest uitwijken naar 
    Rotterdam, daar was schoongemaakt en toen naar Amsterdam is gevlogen. 
    In Amsterdam werd toen maar aangenomen dat de toilet-containers in Rotterdam 
    waren geleegd. Hetgeen de vraag opwerpt of er niet zoiets als een check-list 
    bestaat, waarop wordt aangegeven wat moet gebeuren en wat reeds gebeurd is. 
    Een griezelig idee dat zoiets simpels ontbreekt. 
    	Achteraf mogen we misschien van geluk spreken dat er voldoende 
    brandstof aan boord was....
    
    
    Thailand en China 1987
    
    	Op het kantoor van mijn collega in Bangkok, een gevluchte Tsjech,     
    lagen talloze Aziefolders. Ik was er heen gegaan in juli 1987 om m’n  
    zinnen te verzetten na een inspannend seizoen.                        
    	Ik had totaal geen idee waar ik na Bangkok heen zou gaan, en of ik 
    wel verder zou gaan. Bangkok viel me weer een stuk meer tegen dan de laatste 
    keer dat ik er was. Nog benauwder, nog meer walmende auto’s en een nog 
    indringender stank op straat.             
                        
    	Een perfecte reden om een paar keer per dag naar een massagesalon 
    te gaan en jezelf helemaal te laten schoonmaken door een mooie genummerde Thaise, 
    die je zelf had uitgezocht in de vitrine.                     
    	Hoewel er voor de betaalde tien gulden 1 uur wassen en massage stond, 
    begon ze al na 20 minuten te zeuren voor haar bijverdienste.    
    	Als je zei dat je geen zin had of niet durfde, werd ze boos en liep ze
    weg. Het was dus zaak om dit moment zo lang mogelijk uit te stellen.  
    	Zeggen dat je nog niet schoon was, nog nat was achter je oren of niet 
    begreep wat ze bedoelde waren de beste verlengingstrucjes. Maar tot   
    langer dan 45 minuten kon je het absoluut niet rekken.                
                                                                          
    	In de prijslijst stonden talloze bestemmingen met aantrekkelijke      
    prijzen. Bali, Manila, Brunei en....Peking, voor 950 gulden retour.   
    	Nooit geweten dat Bangkok zo dicht bij Peking lag. Me ook nooit       
    gerealiseerd dat de wereld zo klein werd gemaakt dankzij de goedkope  
    vliegtarieven. Een gevoel van trots kon ik niet onderdrukken.         
    	De keuze was snel gemaakt. De drie dagen wachttijd voor een visum voor 
    China werden doorgebracht met een dagtocht naar Pattaya en regelmatige bezoeken 
    aan de Thaise ‘wassalons’.                                   
    	Ik kon niet vermoeden dat dit bezoek aan China zoveel indruk op me zou 
    maken en zoveel bewondering voor het Chinese volk zou bijbrengen. 
    
    	Ik had reeds vele verhalen gehoord over de slechte service van CAAC, de 
    Rood-Chinese luchtvaartmaatschappij. 
    	Maar dan de realiteit....     
    Vriendelijke service, goed eten en een splinternieuw Amerikaans toestel. 
    Naar goed Amerikaans gebruik was de paspoortcontrole op de eerste landingsplaats 
    in China, te weten Canton. Snel, efficient en zonder veel poespas werden alle 
    passagiers afgehandeld.                      
     
    	Na het oppakken van m’n koffer van de band in Peking was ik voorbereid 
    op ‘n uren durende, minutieuze controle van m’n baggage door sjagrijnig kijkende 
    douanebeambten. Zoals ik dat gewend was bij eerdere bezoeken aan communistische 
    heilstaten, zoals de Sovjet Unie, Roemenie en Mongolie.                                                          
    	Hiervan was echter geen sprake. Net als in de Westerse landen, was er 
    een groene en rode zone. Doorlopen dus. Bij het wisselkantoor vroeg ik hoeveel 
    dollars per dag ik verplicht moest omwisselen. Ook deze communistische gewoonte
    was uit den boze. Niets verplicht. 
    
    Dan maar in een grijze grauwe bus naar m’n hotel dat ik reeds in Bangkok had      
    gereserveerd. Nergens te bekennen. Alleen een hele meute taxichauffeurs die, 
    net als overal elders in de wereld, aan m’n koffer stonden te rukken om me te 
    bewegen met hen mee te gaan.                        
      
    	Dan de binnenkomst in Peking. Een grotere bouwput was nauwelijks voor 
    te stellen. Overal bedrijvigheid, getuige de torenhoge bouwkranen. Het leek wel 
    of de Chinezen alle achterstand na 40 jaar verlammend communistisch schrikbewind 
    in een paar jaar wilden inhalen.           
    	Ook de service aan de hotelbalie was oncommunistisch vriendelijk.     
    Het eerste wat ik die avond deed was een bezoek aan het Plein van de  
    Hemelse Vrede. Dat konden ze me in elk geval niet meer afnemen, al zou nu de 
    revolutie uitbreken...          
                                    
    	Het plein lag er vredig bij. Nog geen protesterende studenten te zien.
    Maar de drukte was onbegrijpelijk. Duizenden flanerende Chinezen die  
    schijnbaar ook genoten van een zwoele zomeravond.                     
    	Net als op Times Square,New York voel je ook hier de hartslag van onze 
    hedendaagse wereld, maar wel van een totaal andere wereld. 
    Van 1100 miljoen Chinezen die hun eigen weg zoeken in onze geschiedenis, met een 
    totaal andere cultuur die me aanspreekt. 
    Alleen al omdat ik de werklust van de Chinezen, niet alleen binnen China, bewonder.         
    
    	De volgende dag bezocht ik de Verboden Stad en diverse andere toeristische 
    attrakties. In het hotel gaf ik me op voor een dagtocht naar de Chinese Muur, 
    ongeveer vier uur rijden vanaf Peking.                  
    	Indien Christus op de dag van zijn sterven de eerste steen had gelegd 
    van de Chinese Muur, en als sinsdien elke dag, 20 eeuwen lang, een stuk van 
    5 meter lengte en 3 verdiepingen hoog was gebouwd, dan was de Muur nu nog niet 
    afgebouwd. 
    	Een onaardse prestatie van een volk dat 3000 jaar geleden was begonnen 
    aan dit monument van menselijk doorzettingsvermogen.                                                 
                                                                          
    	De avond voor mijn vertrek had ik een uitgebreid diner met mijn Chinese 
    agent en zijn hele personeel. Deze agent was ik tijdens deze reis door bemiddeling 
    van een Chinese journalist van de China Daily op het spoor gekomen.                                                              
    	Op geen enkele manier kon ik bemerken van doen te hebben met 
    niet-kapitalistisch opgevoede personen. De Westerse manier van economisch denken 
    was door hen volledig geadopteerd en twee jaar later tijdens de studentenopstand 
    heb ik nog vaak aan hen gedacht.                     
    	Zouden zij de onderdrukking overleefd hebben ?                        
    Ik gun het ze van harte, want het is juist dit soort mensen dat China 
    in de toekomst nog zo hard nodig zal hebben.   
    
    
    Berlijn 1990
    
    	Ook met ferme halen van de hamer die hij had meegenomen uit het Italiaanse 
    restaurant, lukte het hem niet erg. Vele malen moest hij uithalen om er een paar 
    stukjes af te krijgen. De gehate muur gaf zich niet zomaar gewonnen. Na David, een 
    Amerikaanse jood wonend in Parijs, mochten ook Heinz uit Zwitserland, Rudy, een 
    Zweed die in Frankrijk woont en in Duitsland werkt, en ikzelf het proberen. 
    Er sprongen wel veel vonken af maar weinig steen. Eindelijk had ik een paar 
    souvenirsteentjes voor tante Anne en anderen thuis.
    
    	Na een hele dag gewerkt te hebben op de stand van European Travel 
    Network tijdens de ITB,Berlijn, had ik met enkele mensen afgesproken 
    na de beurs te gaan eten. Tijdens het diner opperde David het idee om
    naar de Muur te gaan. En welk gedeelte was symbolischer voor hem dan de Muur bij 
    de Brandenburger Toren. De doorgang naar Oost-Berlijn naast de Toren was vreemd 
    genoeg alleen voor Duitsers. Buitenlanders moesten nog steeds naar Checkpoint 
    Charlie in de Friedrichstrasse.   
    
    	Om het grauwe, troosteloze Oost-Berlijn te zien, hadden we dit er    
    niet voor over. Daarom troonde David ons mee naar de Reichstag. Op de treden van 
    dit monumentale gebouw ging er iets beangstigends door ons heen. 
    	Vanaf deze treden had de grootste moordenaar in de wereld-
    geschiedenis de eindeloze rijen troepen geinspecteerd die voor het     
    vaderland de dood werden ingejaagd en vanaf hier vertrokken.         
    
    	Vooral voor David was dit een emotioneel moment. Wie weet wat zijn 
    familie was overkomen tijdens de laatste oorlog. Op zulke momenten kun je maar 
    beter zwijgen. Als een volleerde gids liet hij de taxi nog langs andere gedeelten 
    van de Muur rijden. In stillere buurten, waar nagenoeg nog geen stukken uitgehakt 
    waren en de Westberlijnse graffiti nog volop te bewonderen was. 
    	Vaak een uiting van hun machteloosheid en woede over zoveel 
    communistisch onrecht.                 
    
    
    De Verenigde Staten van Amerika
    
    	Elke keer als ik richting Amerika vlieg, moet ik weer denken aan de  
    woorden van Kamal Dafesh, manager van de Jordaanse luchtvaartmaatschappij, die 
    me al zo vaak heeft gezegd dat ik naar Amerika moet gaan omdat Nederland te 
    klein voor me is. 
    	Inderdaad is Amerika het land van de onbegrensde mogelijkheden. 
    Telkens als ik er ben, wordt ik op een of andere manier geinspireerd door hun 
    manier van denken, reklame maken en zaken doen. 
    	De enige reden waarom ik me nooit in Amerika heb gevestigd, is het 
    simpele feit dat ik het nooit zou doen  zonder mijn vrouw, en die wil niet. 
    Bovendien wordt het de laatste jaren steeds duidelijker, dat in een Verenigd 
    Europa zeker zoveel kansen liggen voor ‘entrepreneurs’ als in de Verenigde Staten.
    
    	Amerika beschrijven is een onmogelijke opgaaf, zo veelzijdig is het. 
    Het hectische van New York City, de weidsheid van Florida, het afwisselende van 
    Californie, de rust van de prairies en de bergen en het decadente van Las Vegas. 
    Alles is er te vinden. 
    	Ook mijn voorkeuren hebben zich in de loop der jaren gewijzigd. 
    Allereerst was New York mijn grote favoriet. Lopend op Times Square, met die 
    hordes mensen, of in Macy’s, voel je de hartslag van onze eigen tijd. 
    Dag en nacht leven, een stad die nooit slaapt, zoals Frank Sinatra zo mooi zingt. 
    
    	Maar na verloop van tijd werd ik verliefd op Californie, niet alleen 
    vanwege de kou in New York, maar vanwege de unieke combinaties van de Amerikaanse 
    cultuur die er te vinden zijn. De glimmer en glamour van Hollywood en de 
    hardwerkende wijnboeren rondom San Francisco.  De sjieke winkels van 
    Rodeo Drive,Beverly Hills en de straatbendes in de achterbuurten van Los Angeles 
    twee kilometer verderop. Vanaf het strand van Malibu de skiers kunnen zien op 
    de bergtoppen landinwaarts.
    	De eindeloze files dag en nacht op de 405 en de verstikkende smog op 
    sommige dagen vergallen echter grondig het geluk in deze prachtige staat.
    
    	Sinds enkele jaren heb ik daarom mijn hart verpand aan Florida. 
    	Niet de drukte van New York, niet de afwisseling van Californie maar 
    een rust en een ruimte waaraan reisboeren op latere leeftijd steeds meer gaan hechten. 
    	Aankomen op het vliegveld en in no-time zit je in een luxueuze auto  
    vlakbij een strand en met talloze hotels in de buurt.
    
    	Amerika is bij uitstek het land om weinig vantevoren te regelen en   
    maar te kijken waar de auto je brengt.  Geen zorgen over overnachten 
    winkels of wat dan ook.  Alles is er volop en vaak dag en nacht      
    geopend, het land van melk en honing in overvloed.
    
    
    Zuid Amerika 1988
    
    	Met een veel te hoge snelheid reed hij voort door de duistere nacht. 
    Van Iguassu Falls terug naar Asuncion, 400 kilometer. Hoewel de weg  
    wel was verhard moest hij toch af en toe slalom rijden om de kuilen  
    te ontwijken. Nergens een licht te bekennen. En toen, een koe...     
    	Om deze te ontwijken draaide hij het stuur naar links, vloog de      
    sloot over, draaide weer en kwam tenslotte langs de kant van de weg  
    in de sloot tot stilstand. Binnen luttele minuten stonden er horden  
    Paraguayanen naar ons busje te kijken. Henriette’s been was zwaar    
    gekneusd en kon nauwelijke bewegen. Twee uur lang hebben ze gepro-   
    beerd om met alle krachten en tractoren het busje uit de sloot te    
    krijgen. Toen zijn we maar verder gereisd naar Asuncion in een volge-
    pakte bus die toevallig stopte. De volgende dag is het been behandeld
    in een prive-kliniek in Rio, waar we de volgende ochtend om 7 uur    
    heen gevlogen waren. Hierdoor hebben we van Rio weinig meer gezien   
    dan de toeristische ‘musts’ zoals de Suikerberg en het Christusbeeld.
    
    
    Kenya 1975
    
    	Hij wilde geen kant meer op. Waarschijnlijk was de hele versnellings-
    bak gemold. Daar stonden we dan, Loek en ik, halverwege de top van Afrika’s 
    hoogste berg, de Kilimanjaro. Het enige geluk was dat we nog wel terug konden 
    dankzij de zwaartekracht. Wegwerkers die de weg asfalteerden hielpen ons bij 
    het draaien, en langzaam reden we terug naar het politieburo in Arusha, aan 
    de voet van de helling.  
            
    	Maar hoe terug te gaan naar Mombasa,Kenya vanwaar onze vlucht naar 
    huis zou vertrekken over twee dagen. We hadden weinig tijd meer want we hadden 
    al bijna een hele week in Tsavo West en East rondgereden. Geluk gehad dus dat we 
    niet eerder panne hadden gehad in dat uitgestrekte gebied. Dan hadden we mooi met 
    een kudde olifanten kunnen meelopen om te overleven....
    
    	De taxi bracht ons naar het vliegveld van Arusha, maar helaas was de 
    vlucht naar Mombasa volgeboekt. Voor 20 dollar liet de verkeersleider c.q. 
    incheck-employe iedereen weer uit het vliegtuig komen en alle   
    baggage wegen, maar niemand had overbagage. 
    Of hadden het wel, maar  betaalden meer, wie zal het zeggen. 
    	Zonder onze 20 dollar ontwikkelingsgeld namen we laat in de avond de 
    taxi terug naar Arusha, waar we overnachtten. De volgende dag hebben we na een 
    taxirit van een hele dag toch nog Mombasa bereikt.         
    	Terug in Tilburg, had Clasien ons eerste huis gekocht.               
    
    
    Egypte 1973
    
    	‘No Sir, no flight today, the war has started’. Sprakeloos keken     
    Mathieu en ik elkaar aan. Oorlog ? En wij zouden vandaag vanuit Luxor terug 
    vliegen naar Cairo, doorvliegen naar Nairobi en dan over land naar Tanzania 
    en evt. Madagascar gaan. Geweldig dus. 
    	Die avond namen we weer de nachttrein naar Cairo en checkten in in het 
    Sheraton Hotel in afwachting van wat komen ging. 
    
    	Weinig voorlopig. De ambassadeurs van de EEG-landen overlegden hoe ze 
    de 1200 EEG-onderdanen het snelst konden evacueren. 
    	In Cairo was van de oorlog weinig te merken. Alles ging schijnbaar 
    zo’n normale gangetje. De oorlog volgden we op de telex van Reuter 
    in de hal van het hotel en via de Wereldomroep.     
    
    	Na een paar dagen bleek dat we in het verkeerde hotel zaten. 
    Alle gasten die verbleven in Egyptische staatshotels kregen hun gedwongen 
    verlenging gratis aangeboden door de Egyptische regering.               
    	Elke dag gingen we even op bezoek bij de Nederlandse ambassade, en na 
    een week kregen we te horen dat de Franse regering de veerboot van Marseille 
    naar Algiers, naar Alexandrie had gedirigeerd om de Europeanen op te halen. 
    Vier dagen zwalkten we op zee onder escorte van diverse Europese marineschepen. 
    	De Nederlandse regering was zo vriendelijk geweest een speciaal vliegtuig 
    te sturen naar Marseille om alle Nederlanders op te halen. 
    Op onze eigen kosten bleek na 2 weken toen we de rekening ontvingen. 
    Maar dat hadden we er graag voor over om weer thuis te zijn.
    
    
    Midden Oosten 1972
    
    	Vanaf half negen die ochtend stonden we al te schreeuwen om meer passagiers. 
    Letterlijk wel te verstaan. De taxichauffeur had ons bezworen dat hij alleen vertrok 
    met nog 2 passagiers erbij. Dan zou hij de lange rit aanvangen die ons in 18 uur van 
    Damascus via de woestijn naar Baghdad zou brengen. We konden natuurlijk ook 40 gulden 
    per persoon bijbetalen voor twee lege stoelen. 
    Dan nog maar even langer schreeuwen. 
    
    Tegen twaalf uur hadden we er nog twee Saoedi’s bij die via Baghdad naar Koeweit 
    wilden en nog verder. De taxi vertrok. De woestijn leek geen eind te krijgen. 
    Bloedheet was het. Regelmatig werd gestopt om te bidden richting Mekka. 
    Midden in de nacht en midden in de woestijn bereikten we de Syrische grenspost. 
    100 kilometer  verderop de Iraakse.
    
    	Tegen de eerste gebedsdienst in de moskee dropte de taxichauffeur ons bij 
    een hotel waar de kakkerlakken ons al buiten stonden op te wachten. Een lokale 
    taxichauffeur maakten we duidelijk dat verwende westerlingen echt een andere 
    klasse hotel gewend zijn. Het nieuwe hotel was nog niet het allerbeste, maar er 
    logeerden wel westerlingen hetgeen ons wat gerust stelde. 
    
    	Slapen konden we niet meer, dus maar meteen er op uit om een visum te 
    krijgen om verder te reizen. Koeweit was geen probleem, maar dan de ambassade 
    van Saoedie-Arabie. 
    Daar  werd ons duidelijk gemaakt dat alleen Moslims een visum kunnen krijgen.
    
    	Niet getalmd dus, naar de moskee. Zes uur na aankomst in Baghdad stonden 
    we voor een schriftgeleerde, zo weggelopen uit de sprookjes van 1001 nacht, 
    inclusief prachtige lange grijze baard, die ons wilde ‘bekeren’ indien we twee 
    getuigen hadden die hem ervan konden overtuigen dat wij ook na terugkomst in 
    Nederland eeuwig trouw zouden blijven aan Allah. 
    Maar we kenden alleen de taxichauffeur die ons begeleidde.
    
    	Wat kon men anders verwachten na 6 uur in een wildvreemde stad ?     
    Ook de Nederlandse ambassade kon ons niet helpen, want die had alleen Christelijk 
    personeel in dienst. Waarschijnlijk omdat die minder bidden en harder werken. 
    Bovendien geloofde het ambassadepersoneel terecht niet dat we in Nederland erg 
    lang Moslim zouden blijven.     
    
    	We zouden toch naar Koeweit gaan en maar hopen dat Allah ons onderweg 
    nog een oplossing zou toespelen. Maar eerst natuurlijk naar Babylon, waar we de 
    hangende tuinen zouden bezoeken. 
    We waren die dag de enige toeristen en we hadden de tijd aan onszelf.
    
    	Op deze reis hadden we ‘n week eerder in ‘n rode Kever heel Libanon 
    doorgecrost. ‘n Prachtig land, nog mooier dan Israel. We hadden er veel oude 
    ruines bezocht. Daar reeds was het Mathieu en mij opgevallen dat een mens wel 
    heel veel fantasie moet hebben om zich te kunnen inbeelden hoe het er twee- a 
    drieduizend jaar geleden uit moet hebben gezien.     
    	Waarom niet alles netjes gerestaureerd met de ruine als basis. 
    Stenen zijn even oud, of ze deel van een ruine zijn of niet. 
    Het zou de geschiedenis veel meer doen leven en meer toeristen trekken.
    
    	Na Babylon gingen we via Basra naar Koeweit. We konden het niet nalaten 
    de taxi onderweg even te laten stoppen bij een plaatsnaambord met een obscene 
    Nederlandse naam, die Arabieren uitspreken als Koet.
    En op een mooie julidag checkten we in het Kuwait Hilton in, met korte broek en 
    T-shirt. Ze stonden wel even raar te kijken van die twee Hollandse snotneuzen, 
    maar ze waren te netjes om er iets van te zeggen
    
    	Ook in Koeweit bereikten we niets bij de ambassade van Saoedie Arabie. 
    Dan maar naar Iran. Koeweit - Abadan met ‘t vliegtuig, en toen hadden we allebei 
    zo de balen van het gehele gedoe, dat we besloten naar Israel te gaan. 
    Vanuit Abadan met de taxi naar de grens, twee kilometer zelf lopen naar de 
    Iraakse grenspost, van daaruit de taxi naar Basra, Baghdad en Amman, en dan de 
    laatste taxi naar de Allenby-bridge over de Jordaan, de scheiding tussen Jordanie 
    en Israel.
    
    	Helaas denken de Jordanezen nog steeds dat ze op de Westoever de baas 
    zijn, en ze verplichten iedereen een visum te hebben, hetgeen 5 dagen wachten 
    betekent in Amman. Dan maar weer de taxi naar Beiroet via Damascus, het vliegtuig 
    naar Cyprus en de boot naar Haifa.
    
    	Bij de bagagecontrole vond de Israelische politie de PLO-speldjes die
    wij als souvenir op de markt in Damascus hadden gekocht. Vier uren ondervragen 
    was het gevolg, maar toen geloofden ze echt wel dat we geen terroristen waren. 
    Mede omdat we Nederlander waren en allebei eerder in Israel op de kibboets 
    hadden gewerkt.
    	Twee dagen later vloog ik terug naar Nederland. Doodmoe van onze reis 
    door het Midden Oosten die slechts 17 dagen had geduurd. En dat, terwijl we van 
    plan waren geweest om 6 weken naar India te gaan.        
    Over land wel te verstaan....
    
    
    Rond de Wereld
    
    
    	Urenlange vluchten tussen de continenten. BERMUDA. 
    Talloze cirkeltjes draaien om te mogen landen. BAHAMA’S. 
    Schier eindeloze rijen wachtenden voor de paspoortcontroles. MIAMI. 
    Dure taxiritten naar de stad toe. LOS ANGELES. 
    En weer wachten bij de hotelbalie. HAWAII. 
    Elke dag of elke week een nieuw land ontdekken. TOKYO.
    	
    	Maar geen cruise of luxe treinreis kan het gevoel geven van de 
    Rond-de-Wereld reis.   SEOUL.    
    Een tijdje lang een echte wereldburger te zijn. TAIPEI. 
    Als een vogel vliegend over Moeder Aarde. HONG KONG. 
    Een tijdje te behoren tot de ‘jet’set. BANGKOK. 
    Afstand nemen van de ‘problemen’ thuis. BOMBAY.   
    En thuis komend toch weer de draad kunnen oppakken. HOLLAND.
    
    	Weg uit de roes van de ‘top of the bill’ in reizen: Rond de Wereld.  
    	
    
    
    'n Rondje op de kermis
    
    Miljarden jaren draait de aarde al rond
    Allemaal mogen we een paar rondjes meedraaien
    zoals een kind op de kermis
    Sommige rondjes zijn fantastisch, andere zijn verschrikkelijk
    Niets heeft het eeuwige leven
    
    Alles is betrekkelijk, zowel voorspoed als tegenspoed
    Ieder mens mag kiezen hoe hij meedraait
    De manier waarop is niet zo belangrijk
    Want op een gegeven dag is ook voor jou de kermis weer voorbij....
    
    
    
    

The First Day an American President in Holland




    Copyright 1990-2023 Ad Latjes